Monthly Archives: October 2012

Nepali Tea

Nepal, daar kreeg het idee van een grote fietsreis dus vaste vorm. Een van de enige landen waar douaniers je nog met een glimlach ontmoeten. Waar je – typisch Azië – ineens ondergedompeld wordt in de verkeerschaos van een miljoenenstad. Waar riksja’s, honden, motorfietsen, taxi’s, voetgangers, bussen en vrachtwagens met elkaar wedijveren voor een plaatsje op de weg. Hier geldt een regel: de wet van de sterkste. De zwakke weggebruiker heeft hier maar beter ogen op zijn rug.

Nepal is voor mij het land met de altijd vriendelijke maar oh zo verlegen obers. Die aanvaarden bestellingen steevast met wat wiebelend nee-knikken, waarna je je afvraagt of ze die Nepali-tea nu wel of niet kunnen voorschotelen. De oorzaak van die opmerkelijk soepele nekwervels kan misschien gezocht worden in de abominabele toestand van het wegennet. Je zou van minder een nekwervel verliezen.

Opmerkelijk is ook het feit dat iedere WC-bril daar los op de toiletpot lijkt te liggen. Het gebeurt je welgeteld één keer dat je met bril en al met je billen op de vloer belandt. Daarna pas je wel op en ben je blij met een eenvoudig gat in de grond. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent.

Rochelen en spuwen doen ze daar ook. En het is niet de bedoeling dat je een welgerichte straal kauwtabak voor je voeten als een belediging interpreteert. Rochelen is de norm. Dat hoort nu eenmaal bij het straatbeeld, pardon: straatgeluid.

Ik kan nog wel even verder gaan met opsommen. Je hebt het betoverende Kathmandu en in schril contrast hiermee heb je het platteland. Nu ja, plat is misschien niet het juiste woord, het blijft immers Nepal met de Mount Everest, nietwaar?

Dat platteland bereik je heel eenvoudig door jezelf in een bus te persen. Die dendert vervolgens in ware doodsverachting door het landschap alsof er geen bochten zijn, geen putten in de weg en al helemaal geen tegenliggers. Hallucinant! En had ik al vermeld dat werkende koplampen enkel voor mietjes zijn?

Laat de beelden voor zich spreken en geniet eerst even mee van enkele impressies van Kathmandu. Dat platteland licht ik later wel eens toe.

This slideshow requires JavaScript.

The point of no return

Ik heb een fiets en twee benen, een tent, een slaapzak en kookgerief. Ik kan een band plakken en de remmen van mijn fiets bijregelen. Ik heb landkaarten en ken het verschil tussen links en rechts. Maar eigenlijk doet dat er niet toe, want ik ga gewoon naar het oosten.

Ik heb gedroomd en heb getwijfeld. Soms heb ik stilgestaan bij dingen die er niet toe doen.
Ja, ik heb ook gevloekt en getierd. Verdomde knie. Die dekselse scheur in mijn meniscus…

Ik zit in een adrenalinerush die af en toe nazindert tot in het topje van mijn kleine teen. Dan voel ik mij alsof ik de hele wereld aankan.

Ik ga vrij zijn. Vrij om te doen en laten wat ik wil. 10 kilometer of 100. Links of rechts. Rechtdoor, naar boven of naar beneden.

Ik denk dat ik er klaar voor ben. Klaar voor het afzien in de koude, het geplens in de regen, het puffen in de hitte. Klaar voor de eenzame momenten aan de kant van de weg, uitkijkend naar een volgend hoogtepunt.

Onderweg wil ik verderdromen, genieten en voelen wat het is om even aan niets te denken. Gewoon fietsen. Benen die op en neer gaan, mentale rust, fysieke uitputting, ervaringen, verhalen en avonturen.

Ik ben misschien een dromer, maar één ding weet ik zeker. Ik ben op weg, there is no way back.

Vakantiedromen

Ik heb een droom die begint in Brussel en eindigt in Ulanbataar. Voor de leken onder ons: dit is de hoofdstad van Mongolië en volgens Google Maps is de afstand in vogelvlucht tussen deze twee steden 6803 km. Eitje!

Met de wagen rekent Google je 8572 km en 106 uur aan en word je via Moskou gestuurd. Berlijn, Warschau, Minsk en Novosibirsk kunnen onderweg leuke citytrips worden. 106 uur dat zijn zowat tien stevige dagen auto rijden: tegen 200 over de Duitse Autobahn, gewonnen tijd die je aan de Russische grens wellicht weer kwijt bent, dan verder door eindeloze Russische berkenbossen, door de uitlopers van de Oeral tot je West-Siberië nadert, het Altai-gebergte ziet oprijzen en Mongolië binnenrijdt.

Je zou er een road-trip van kunnen maken – communist-style! Men neme een oude vierkante Lada, zo van het soort dat hier in de jaren 80 en 90 nog populair was en men proppe die vol met wat vrienden. Dan vul je de gaatjes op met kampeergerief en iPod’s met Russische rock, militaire marsmuziek of een pareltje van Rachmaninov. Wat literaire klassiekers in de stijl van ‘Oorlog en Vrede’ en een kratje vodka kruiden vervolmaken dit plan om je in een volledige Sovjet-vakantieroes te storten.

Je zou het ook wat traditioneler kunnen doen in een roze Cadillac, een geschilderde Amerikaanse vlag op de motorkap en luide US-rock, maar hier rijst de vraag of Russische douaniers en plaatselijke hangjongeren een bulderende “Born in the USA” zouden kunnen smaken.

Very interesting idea! But maybe later?

Nu wordt het een tochtje met de fiets en de route die ik gekozen heb is net wat langer. Grof geschat 16000 kilometer. Met stuk en brok samengesteld via Google Maps. Dank u Google. 10000 km extra dus, een serieuze omweg om onderweg een paar culturele hoogtepunten te kunnen zien. Mijn route gaat zuidwaarts! Een route via Istanboel, langs resten van het Perzische rijk en door regio’s waar nu nog steeds nomaden rondtrekken. Dat is grofweg langs wat vroeger de zijderoute was.

Naast die culturele hoogtepunten zijn er ook puur sportieve uitdagingen onderweg. De route is namelijk allesbehalve vlak: van de Ardennen, de Eifel tot de Alpen, dwars door de Balkan richting het Anatolisch plateau, de Pamir bergketen en de Altai, droge, vlakke, woestijnachtige streken in Turkmenistan en Kazachstan, ruige Siberische wildernis of steppe. Het zit er allemaal in.

Aftellen dus naar 10 november. De dag dat ik eindelijk eens kan testen of mijn thermisch ondergoed en mijn veel-laagjes-kledij mij warm kunnen houden als ik in putje winter door de Alpen rijd en of mijn regenjas en regenbroek écht wel waterdicht zijn.

Let’s bike it!

Het is november 2011 en het is berekoud. De mist hangt als een viesbruine vettige brij over de weg en wil duidelijk niet wijken voor dat waterige ochtendzonnetje. Aftandse bussen met minstens evenveel passagiers óp als in de bus banen zich wroetend een weg door het verkeer. Bont geschilderde vrachtwagens, motorfietsen en piepkleine Suzuki-taxi’s maken de chaos compleet. En dan heb ik het nog niet over de loslopende honden en locals die kriskras 4-baanswegen oversteken alsof ze zich in een voetgangerszone wanen.

We rijden Kathmandu uit op een bromfiets en klimmen langzaam uit de vallei tot aan de wachtposten die net buiten de stad het binnen-en buitenrijdende verkeer controleren. Als toerist heb je het makkelijk, de militairen lachen je breed grijnzend toe en wuiven je door. Mijn bestuurder, een local, moet zijn paspport wel bovenhalen, maar gelukkig zijn deze checkpoints nooit veel meer dan een formaliteit.

De wegen zijn slecht, stroken asfalt met putten waarin je makkelijk een voorwiel kan verstoppen worden onderbroken door stroken los zand waarin we slingerend en schuivend nog net overeind blijven. Regelmatig houd ik mijn adem in als we weer eens een vrachtwagen inhalen, al dan niet in een blinde bocht. Dat doe ik niet alleen van spanning, maar ook om die gitzwarte roetwolken van die stokoude vrachtwagens niet te moeten inademen. Regelmatig ligt er een vrachtwagen of een bus gekanteld in de berm, of zelfs half over het ravijn, waarin zich honderd meter lager een woeste modderstroom bulderend en schuimend zijn weg baant.

En dan… magic: enkele seconden lang breken de wolken open, komt het zonnetje te voorschijn en schitteren enkele witte Himalaya-toppen in de verte. Onverstoorbaar torenen ze boven alles uit. Majestueus. Na zowat een dikke week Nepal is dit het eerste wat ik van de Himalaya zie. Ik grijns, slik in dit onbewaakt moment een dozijn vliegjes, een handvol roet en een emmer opgeworpen zand weg en beslis: binnen een jaar pak ik mijn fiets en ik vertrek. Op naar verre oorden!