Monthly Archives: November 2012

Peking Express

Het is avond. Ik zit voor mijn tent, op mijn gat in het natte en koude gras. Vijf meter voor me keft er een bol en overeten mormel alsof de wereld vergaat. Vraag aan 100 mensen om dat mormel te omschrijven en meer dan driekwart van de ondervraagden zou de schouders ophalen en gokken dat het een nieuwe soort is. De gok van de andere 25%: “hond?” categoriseer ik als een pure toevalstreffer.

Blaffen kan het ding als de beste, schijnbaar onvermoeibaar ook. Is dat op mij of op mijn maaltijd die licht pruttelend gaar lijkt te worden? Het is mij een raadsel. Het is en blijft in ieder geval mijn eten. Neen, ik deel niet. Ik heb een hele dag niet gegeten! Vijf minuten later, bij de erste hap Uncle Ben’s Chinese besef ik dat delen misschien zo geen slechte optie was. Smakeloze troep! Het enige Chinees is en blijft de rijst, de smaak zijn ze vergeten toe te voegen.

Was ik daarstraks toch maar achter die familie eenden aangegaan, die plots wild snaterend in mijn voorlicht opdoken na een haakse rechtse. Toen vond ik het leuk dat zij het water indoken en niet ik, maar wat was mijn maag nu tevreden geweest met een platgereden mals eendje…

Er rest mij niets anders dan naar de fles Cola te grijpen en drink een stevige teug. Ijskoud en mierezoet. Gelukkig zijn er nog zekerheden in het leven!

image

image

image

image

Advertisements

Nacht und Nebel

Alles met -dorf, -stadt, -heim, -furt, -bach hebben we na twee weken Duitsland nu wel gehad. We hebben de Guten Tags horen veranderen in Gruess Gott om uiteindelijk Servus te worden. We hebben een beetje zon gehad, iedere dag mist, een beetje motregen. De eerste keer vorst ook, met een tentje dat ‘s morgens wit bevroren was. Droge kleren, slaapzak en tent werden vochtig tot alles uiteindelijk onder de definitie kletsnat onder te brengen viel en dat viel dik tegen. Niet alleen isoleert mijn donzen materiaal niet meer als het nat is, het weegt dan ook nog eens een ton. 

De rit ging van Monschau over Koblenz, Wiesbaden, stukjes van de Limesroute en de Jakobsweg naar Bayern.  En daar had ik de eerste platte band, problemen met mijn remmen en een issue met het ventiel van mijn achterband. Dat zat plots vastgeklemd in het slangetje van mijn pomp, waardoor zowel pomp als binnenband plots onbruikbaar werden. Mijn tanden en hulp van een vriendelijke doch onverstaanbare boer brachten voorlopig soelaas.

Nu zit ik heerlijk ontspannen en veel te warm in de jeugdherberg van Salzburg en daar ben ik heel blij mee. Niet alleen omdat ik alvast bewezen heb dat rondtoeren in de herfst best wel leuk kan zijn en mogelijk is, maar ook omdat mijn knie het beter en beter doet. De eerste dagen waren soms een marteling, pijnscheuten, allergische reacties op de ontstekingsremmers waardoor mijn hoofd opzwol tot ik weet niet wat. Nu, twee weken later, heb ik zelfs al enkele pijnvrije momenten achter de rug.

Heel tevreden ook ben ik dat geschatte dagafstand realistisch bleek te zijn. Op 15 fietsdagen heb ik een 1080 kilometer gereden. De laatste dagen reed ik meestal met het hoofd tussen de schouders weggedoken door de mist, kilometers afmalend om zo rap mogelijk in de Alpen te zijn. Dat waren dan dagen dat ik rondreed tot ver na zonsondergang, om uiteindelijk enkele dagen op rij in een hotelletje terecht te komen. Een wildkampeerplekje zoeken in het donker is toch bijna onmogelijk.

Vanaf morgen zijn het dus de Alpen. Naar het schijnt wordt hier zondag sneeuw verwacht, dus ik ga een tandje moeten bijsteken!

image

image

image

image

image

image

image

Die morgen bij de bakker

Iedere morgen probeer ik bij de dichstbijzijnde bakker een koffietje te drinken. Met of zonder koffiekoek. De koffie altijd met suiker. Bij Duitse bakkers staan er voor koffieverslaafden steeds enkele tafeltjes klaar. Dit koffiemoment is het kleine beetje luxe dat ik me veroorloof om opgewarmd te geraken na een nachtje wildkamperen. Dat is ook het moment om te informeren naar het weer en om wat toevallige sociale contacten te hebben.

Na een barslecht nachtje waarin ik om middernacht door een oude norse jager uit mijn tent ben gejaagd -niet letterlijk te nemen- was het dus dringend tijd voor een koffie. Mijn ochtendhumeur was er eentje van formaat. Een half uurtje na het incident met de jager lag ik weliswaar weer onder zeil, nog steeds op de zelfde plaats, maar van slapen kwam niet veel meer in huis die nacht.

Een uurtje later zit ik dus rustig wakker te worden: koffietje in de linkerhand, Streussel in de rechterhand. Plots stormen er een tiental kinderen dolenthousiast vanachter de toonbank, gevolgd door twee kleuterjuffrouwen en de bakker. “Vandaag is het feest want ze hebben zelf brood mogen bakken”, legt de bakker wat verontschuldigend uit voor al die herrie.

“Du bist der Beste! “, schelt een kinderstemmetje door de woorden van de bakker heen. Een van de kinderen maakt zich los uit het groepje en stort zich rond de benen van de goedlachse, dikbuikige bakker. Er dwarrelt langzaam een wolkje bloem naar beneden.

Daar gaat mijn ochtendhumeur. Gelukkig heb ik mijn sociale contacten al met de jager gehad.

I’m on my own!

Het vertrek uit Brussel lijkt al een eeuwigheid geleden. Zijn het nu vier of vijf dagen? Ik heb er geen idee van.

Er is al vanalles gebeurd. Er waren leuke momenten: het vertrek in het Jubelpark, ons verblijf bij de familie Leffin, die ons een overnachting en ontbijt cadeau deden. Er waren de zonovergoten momenten en de mooie vergezichten in de buurt van Eupen.

Er waren helaas ook minder leuke momenten: het vertrek van Max, veel vroeger dan verwacht keert hij weer naar huis terug. Verder ben ik ook het steeltje van mijn kookpotten kwijtgespeeld waardoor ik al wat vingers verbrand heb en heb ik al een veter van mijn rechterschoen overgetrokken.

De dag dat Max vertrekt is het een druilerige dag, het motregent zowat de hele voormiddag. Er staat een fris windje. Ik stop om de haverklap om een fleece aan te trekken, die een kwartier later weer uit moet. Boven in de Hoge Venen is het wat sprookjesachtig: er hangt een mysterieuze mist en het is er echt muisstil! De mist zorgt ervoor dat mijn kleren al na enkele uren volledig nat zijn. En als de mist het niet doet, dan zorgen de hellingen er wel voor dat je dadellijk nat in het zweet staat. Die hellingen zijn overigens moordend vandaag. Mijn bovenbenen zijn al volledig verzuurd na drie dagen fietsen en voelen keihard aan, alsof het beton is. Alles doet dus zeer, niet in het minst mijn zitvlak, dat al zowat volledig ontveld lijkt te zijn. Zo voelt het alleszins…  

Gelukkig is de route echt prachtig en riekt het hier overal naar versgekapt hout en hars. Die nacht kampeer ik wild, nadat een lokale fietser me de laatste twintig kilometer begeleid heeft naar een prachtig roodgekleurd beukenbos. Daar liggen de wegen bedekt onder een centimeterdikke laag rode en oranje bladeren. Net voor het slapengaan dringen de tonen van Duitse marsmuziek door het bos. Ik beeld me in dat de muziekkapel van de nabijgelegen legerbasis een slaapliedje speelt en val in slaap.

image

image

image