Monthly Archives: December 2012

Dimitris and Dimitrios

Gierende banden, twee strepen op het asfalt. Een beetje rook en de geur van verbrand rubber. Het gekraak van een versnellingsbak die bruusk in achteruit wordt gewrongen, een oude auto die slingerend achteruit rijdt om voor mijn neus te stoppen. Een schim die opzij leunt en door het openstaande passagiersraam een gezicht en stem krijgt: Dimitrios, Dimitrios Papadopoulos. Niets te maken met de brandweerman Dimitris die ik gisteren ontmoette, daarvoor mist er een “o” en laten we zeggen een tiental levensjaren.

Dimitrios is mijn redder in nood. De man die midden op een expressweg met twee dubbele baanvakken, maar zonder pechstrook, een noodstop doet om een domme fietser te depanneren.

Die dommerik belandde daar omdat hij nog steeds zonder kaart rijdt. Hij kon dus niet weten dat de rustige verbindingsweg plots zou samensmelten tot deze drukke invalsweg naar Thessaloniki. Liften was dus de enige optie om ontspannen en veilig de stad in te geraken.

Mijn reddende engel belandde op dezelfde plaats omdat hij onderweg is naar de garage in Thessaloniki, voor een herstelling aan zijn auto. Die rijdt op gas en dat riek je ook duidelijk. Daarom staan de raampjes open en blaast de ventilatie op volle kracht, zo maakt hij me duidelijk. Iedere keer als hij gas lost knalt de uitlaat. “Mafia mafia”, brult hij dan en haalt dan met veel bravoure met zijn wijsvinger denkbeeldig een trekker over. Tweemaal stoppen we onderweg, om onder de motorkap te duiken, daar wat te rommelen en vervolgens weer weg te stuiven.

Ik slaak een zucht van opluchting, de rijstijl van de man naast mij, op zijn minst als energiek te omschrijven, doet er weinig toe: ik geraak in Thessalonki en de man naast me doorbreekt de eentonigheid van de dag.

De uitlaat van de auto pruttelt en knalt ondertussen vrolijk verder. De auto is tussen de twintig en dertig jaar oud, schat ik. Een soort pick-up die afhankelijk van de leeftijd Datsun heet, nog met verchroomde bumpers, spiegels en koplampen, Nissan, met de eerder vermelde onderdelen in door de zon verbleekt zwart plastiek, of Isuzu. Dit model heeft een prachtig bruin namaaklederen interieur en dito dashboard.

Je ziet deze auto’s hier wel meer, meestal volledig afgereden, geblutst, gedeukt en met barsten in de lak van de hitte en een zwaar leven op het Griekse platteland. Ik had al bedacht dat dit eigenlijk de ideale auto zou zijn om mee rond te trekken, moest mijn fiets het op een dag begeven. Eenvoudige techniek, genoeg plaats in de laadbak om je matras in te zwieren en onder de sterrenhemel te slapen. Dat ik ooit een ritje zou versieren met zo’n ding, dat gaat nu even mijn petje te boven. Even voel ik me opnieuw het zesjarige jongetje dat met een brede smile achter het stuur van papa’s auto mag plaatsnemen. Stilstaand op de inrit naast het ouderlijk huis.

image

image

image

image

Advertisements

Everybody is Kung Fu fighting

Je hebt ze in alle maten en gewichten.
Klein, middelgroot, groot. Af en toe eens reusachtig. Ze zijn mak, tam of suf: saai.
Je hebt ze energiek, vol levenlust en vrolijk, zodat ze achter je aan komen: spannend.
Je hebt ze ook bloeddorstig. Razend en tierend. Tanden bloot, oren in de nek… Terrifying.

Op straathonden moet mijn fiets een afschrikwekkend effect hebben. Deze categorie honden houdt zich koest bij het zien van je fiets alleen al. Af en toe heb je een occasionele held die blaffend op je af komt gestoven. Deze would be’s stuur je met je stem eenvoudigweg terug naar af. De uitzondering op deze regel imponeer je met een welgerichte trap. Die moet lang niet raak zijn, de beweging volstaat.

Let op: blijf bij deze zijdelingse aanvallen, favoriete positie op vijf of zes uur, voor je kijken. De gracht inrijden of tegen tegenmoet komend verkeer opknallen is soms erger dan zo’n schurftig beest dat je schoenveter van dichtbij wil bekijken. Herhaal deze trappen ook niet te regelmatig. Voor je het weet word je de volgende dag wakker met een pijnlijke lies. Dit zou op nummer een staan wat betreft domste blessure.

Dat dit niet de aanbevolen tactiek is voor waakhonden drong in Griekenland wat laat tot me door. Daar duurde mijn eerste onderonsje met drie stevige leukerds de volle tien minuten. Misschien was mijn strategie ook niet zo overtuigend uitgevoerd. Het ging dan ook om drie beesten die mijn omschrijving ‘groot’ op slag herdefinieerden. Hier in Griekenland heeft een grote hond op zijn minst het formaat van een Sint-Bernard. Ze missen klaarblijkelijk wel het vredelievende karakter. Naar het tonnetje wijn rond hun nek kan je al helemaal fluiten.

Mijn tactiek werd dus 1 kilometer na het oversteken van de Griekse grens herzien. Resultaat van deze proefondervindingen?

Bij ruim 50 procent van de ontmoetingen neem je de angel uit de wonde door een noodstop te doen. Dat ontneemt ze blijkbaar de interesse, geeft kortsluiting in hun jachtinstinct en laat ze met een wat verdwaasde blik achter. De optie noodstop zorgt voor behoorlijk wat zwarte strepen op het asfalt, dat kan in de toekomst een waarschuwing zijn voor andere fietsers:” Opgepast, gevaarlijke hond in de buurt.” Het passeren van sommige dorpen wordt zo wel een tijdrovende bezigheid en dan zwijg ik nog over de staat van je achterband die zienderogen achteruit gaat.

De volgende tien procent van het aanvallend geweld wordt voor je ogen doodgereden door een auto. Die beesten kijken niet eerst naar links en rechts voor ze de baan oversteken. Dat geeft een behoorlijk misselijkmakende klap en ziet er niet zo leuk uit, maar is uitermate doeltreffend. Bovendien heeft dit ook als effect dat meegeholde tragere viervoetige vriendjes even de kluts kwijt zijn. Dat geeft je de tijd om te ontsnappen, terwijl je belagers met hun snuit proberen om hun leider van het asfalt te krabben.

Die laatste 40 procent? Ach. Geen idee. Gewoon bang zijn? Adrenalinerush? Hopen op het beste, niet provoceren? Of moet ik die lading gepekeld vlees, die ik in Macedonie kreeg, maar eens opeten. Misschien schuimbekken deze beesten wel van honger en niet van razernij?

Foto’s van deze bloeddorstige beesten ontbreken, dat kunnen jullie me niet kwalijk nemen. Ik heb nog geen proefondervindelijke resultaten van de effecten van het bovenhalen van een spiegelreflex met zoomlens op het aanvallende gedrag van deze honden. Misschien kalmeert ze dat wel. Wordt zeker vervolgd…

image

image

image

image

Albanian dessert

Ik zit op een klein houten bankje en staar als gehypnotiseerd naar het brandende hout van een houtkachel. Die verspreidt stilaan een warme gloed in een klein maar net hutje. Nog even en mijn jas kan uit. Ik zit in een zomerhuisje, “for parties” zoals ze hier zeggen, waarna er steevast een dikke knipoog volgt. Buiten klatert een watervalletje. Ver achter dat klaterende water, nog achter de Albanese heuvels en bergen baant de zon zich een weg tot achter de horizon.

Ik heb het gehaald: Macedonie. De aangeboden “rooms sir?” Heb ik vandaag allemaal afgeslaan. Vandaag was ik vastberaden om mijn tent op te slaan in de wildernis. Op zoek naar het avontuur dat ik sinds Dubrovnik zo hard miste. Iedere nacht een kamer of hotel. Nefast voor het budget en bovendien heb ik niet voor niets een vierseizoenen-tent gekocht.

De dag begon niet al te best. Net zoals de vorige dagen eigenlijk. Deze keer geen platte band of wegschietende ventielen van binnenbanden, wel een ontbrekend ontbijt. De avond tevoren was het duidelijk vermeld als zijnde inbegrepen, maar bon. Om een lang verhaal kort te maken: ik kon de baan op met een warme chocomelk. Dat kon alleen maar goed aflopen.

Die baan was het tweede deel van de bergpas die ik de avond ervoren niet had kunnen afmaken. Een colletje om Qaf Thane te bereiken en zo Macedonie binnen te geraken. De wind stond heel strak, natuurlijk in de verkeerde richting, exact nul graden. En dat bleef zo de hele dag. Eten vond ik pas aan de andere kant van de col. Aan het Orhid meer. Tegen dan was het kalf, ik dus, al verdronken. De benen kreeg ik niet meer rond, zelfs niet in een afdaling. Mijn tenen voelde ik al een hele tijd niet meer, want in mijn overmoed “yes, de zon schijnt” had ik mijn dunne paar sokken aangetrokken. Dat die ook minder hard naar -reeds gebruikt- roken was ook een argument.

Kortom, na de afdaling was het enige dat ik wou mijn tentje opzetten en mijn slaapzak inkruipen. Lekker warm, uit de wind, goed eten, genieten van het uitzicht. De plundering van het lokale supermarktje en de schranspartij buiten op de stoep kon nog maar weinig aan dit droombeeld veranderen. Helaas was het amper 2 uur in de namiddag.

Ik zigzagde nog een vijftiental kilometer verder, speurend naar een plekje voor mijn tent. Ver weg zag ik enkele wandelaars stilstaan om naar me te kijken. Dat gebeurt wel meer hier. Ik wuif. Zij wuiven terug. Zouden zij misschien een idyllisch plekje weten op mals groen gras?

En zo kom je dus in een zomerhuisje terecht, met kachel. En eet je ‘s avonds traditioneel Macedonisch bij de wandelaars thuis. Alles homemade, van de lichtbruisende wijn tot de zelfgdraaide worsten. En het dessert natuurlijk, maar dat recept komt wel van over de grens, van Albanie. Gemaakt van drie verschillende soorten melk…overheerlijk!

image

image

image

image

image

image

Just one of those days

Je hebt zo van die dagen dat het voor geen meter loopt. Vandaag beleef ik de eerste dag dat ik er geen idee van heb hoe ik mij moet motiveren. Hoe hijs ik me morgen op mijn fiets?

Wie gaat er nu ook fietsen in Albanie, hoor ik jullie denken. Wel, ik wou met eigen ogen zien hoe dit land eruit ziet. Een beetje zoals Iran. Je wilt een land verkennen zonder je iets van een politiek gemediatiseerd beeld aan te trekken, zonder gekleurde bril rondreizen.

Die gekleurde bril niet onmiddellijk weer opzetten is niet altijd even evident. Gisteren had ik tijdens een pittige klim naar de albanese grens een aanvaring met een zichtbaar dronken Albanees in een S-klasse. Hij wou de weg weten, ik genoot vooral van iedere hap zuurstof die ik maar kon binnenkrijgen. Resultaat, korte yes-no antwoorden van mij, ik spaarde mijn adem voor de klim. Een rood aanlopende blaffende automobilist naast me was het resultaat. Hij voelde zich wat genegeerd, vermoedde ik.

Enkele uren later reed ik in het schemerdonker Albanie binnen. Qua slechte timing kon dat tellen, want twee kilometer verder stonden er plots gewapende mannen in het veld. Om de 100 meter eentje, stokstijf, gezicht naar de weg, dubbelloop fier voor de borst. Dat het er op sommige momenten stevig knalde moet ik je er niet bij vertellen zeker? Een uur later stonden er aan iedere bar mannen met hun schiettuig achteloos onder de arm hun jachtbuit te keuren.

Ach, het stadje waar ik in sliep was dik in orde! Ik werd wel gewekt door de moskee om de hoek en wakkergehouden door een haan met een slaapprobleem, maar mijn hotelletje had een haardvuur waar ik mijn doornatte kleren kon laten drogen en de mensen op sraat waren behulpzaam.

Ondanks de hierboven beschreven taferelen kan ik niet echt zeggen dat ik mij onveilig voelde, of gevoeld heb. Albanezen zijn zowat de vriendelijkste mensen die ik tot nu toe ben tegengekomen. Daarnet heeft een jonge twintiger mij een half uur lang door Tirana geleid op zoek naar mijn hotel. Gisteren in Shkoder was het niet anders. Ze helpen u met de glimlach. Kunnen ze je zelf niet helpen roepen ze voorbijgangers aan waardoor je al vlug temidden van 10 molenwiekende Albanezen staat.

Grappig zijn ook wel de vele car-washes, “lavazh”, naast de baan. Gammele hutjes met niet meer dan een wateraansluiting en een Karcher.
De natuur is al even prachtig. Links van mij had ik vandaag de hele tijd een geweldig uitzicht. Echt veel heb ik daar helaas niet van kunnen genieten. De weg waar ik op reed was een autostrade die af en toe een gewone weg werd. De ene weg was van uitstekende staat, de andere bezaaid met putten die diep genoeg waren om je velgen onherstelbaar te heschadigen. Missende riooldeksels kunnen ook tellen natuurlijk. Mijn blik was dus vooral op de weg gericht. Veel keuze had ik niet. Dit zou de enige doorgaande weg geweest zijn.

De pechstrook van de autostrade was breed genoeg voor twee extra rijvakken, toch op de plaats waar er een wegmarkering was. Vrachtwagen bolden er tegen een slakkengangetje. De occasionele gepimpte Mercedes of Porsche, steevast met nummerplaat uit Tirana, haalde makkelijk het drie-, of vierdubbele. Zij bleven gelukkig op het linkerbaanvak plakken.

Alhoewel ik zelf niet echt op mijn ongemak was, perste ik alle energie uit mijn benen. Ik wou op tijd in Tirana zijn om de stad te bezoeken. Dat lukt me helaas niet. Na drie uur zoeken en van hot naar her gestuurd te worden vind ik mijn hotel. Ik zwier mijn gerief in mijn kamer en ga op zoek naar eten. Eerst een soort plaatselijke hotdog aan een kerststalletje. Een bizar zicht, zo in de schaduw van een moskee. Dan een zoute pannenkoek met kaas, hesp, ei, groenten… De maag zit vol, de stad heb ik heel vlug gezien. Maar nog steeds geen herwonnen motivatie. Damn.

Misschien ligt het aan de verhalen van de mensen waarmee ik aan de praat geraak. Steevast komt het onderwerp van het gesprek op armoede. “It’s not easy here…” De jongeman van daarstraks verdiende als receptionist in een hotel 150€. Een appartement buiten de stad kostte hem 50€ meer, maar dat deelde hij gelukkig met vier vrienden. Het einde van de maand betekende steevast krabben. Sparen of zelfs gewoon een koffie gaan drinken was er voor hem niet bij. Toch sprak hij 3 of vier talen. Naast Albanees sprak hij, zoals de meesten hier, ook een mondje Italiaans, Frans met een heel grappig accent en een met fouten doorspekt Engels. Op die talenkennis mogen ze best wel trots zijn. Maar dat vult de maag natuurlijk niet…

Neen, aan de mensen ligt het zeker niet. Toch ben ik wat gedegouteerd. Van de immense stank die me al sinds Montenegro achtervolgt. Van het zwerfvuil en de vuinisbelten vlak naast de weg. De straathonden, de roetwolken van de autos, de drankkegels van de politieagenten die je zomaar een richting aanwijzen om maar niet te moeten toegeven dat ze het gewoon niet weten.

Even twijfel ik om mijn mental-healing setje boven te halen. Een resem geschreven herichten, aanmoedigingen van vrienden, neergepend op sigarettenpapiertjes en verpakt in een doosje waar normaal een bandenreparatiekit in zit. Dat was voor de moeilijke momenten. Moeilijk moment?

Wacht eens even: ik zit op hotel, ik heb gegeten, ik ben gezond…neen, die briefjes zijn voor een andere keer.

Ik zet wat muziek op. Het eerste liedje in de shuffle-rij is: “Don’t worry, be happy”. Inderdaad, morgen vind ik mijn motivatie, vind ik wel een landkaart, of wifi om via Google maps een weg te zoeken! Alles komt goed. Voor ik mijn tekst kan opslaan belt de receptionist me om te zeggen “that the modem is working again”.

Don’t worry, be happy.

image

image

image

image

Dubrovnik, what else?

Dubrovnik in wind, rain, thunder and lightning.
A place to relax, to recover, to regain strength.

Two days, a dozen slices of pizzas, slana palachinka,
espressos, medica, bambus.

Anniversary parties, lunches at university restaurants,
two days of life-sharing with the habits of a montenegran student.

image

image

image

image

image

image

Love and hate

Let me introduce you: Burra.

We zijn elkaar tegengekomen in Rijeka. Dat is zowat het noordelijkste punt van Kroatie. Zelf komt ze uit het zuiden, uit Dubrovnik en nu wil het toeval natuurlijk dat ik die richting uitmoest. En ons beste Burra heeft me er in een dikke week tijd bijna onderdoor gekregen, uitgeput en uitgeteld. Haar zal ik niet zo licht vergeten…  

Burra dus. Spreek het nog eens uit, luidop nu: Burra. Krijg ondertussen kippenvel, trek vlug een trui aan. Handschoenen, een warme sjaal, een wollen muts en misschien wel een lange onderbroek. En? Krijg je het al warm?

“Burra will get under your clothes. It is worse than snow! It will get into your bones.”

We hebben het hier over een windje. Of zeg maar een stevige wind. Gelijkaardig met de mistral zoals je die in Frankrijk hebt. Ze blaast vanuit de bergen richting zee en pech hebben die zotten die met de fiets de kustweg volgen. Die krijgen natuurlijk de volle laag.

De eerste nacht langs de kustweg in Kroatie dacht ik dat er gewoon zwaar weer op komst was. Het fietsen werd wat moeilijk door de opkomende wind. In mijn tent zou het zeker aangenamer en warmer zijn, dacht ik onwetend. Ik vond een plekje naast de kustweg dat net breed genoeg was om mijn tentje neer te planten. Dat is al heel wat als je links een rotswand hebt die enkele tientallen meters hoog boven je uittorent en het rechts in vrije val naar beneden gaat tot op zeeniveau.

Dat opkomend windje was ondertussen al wat aangewakkerd tot een stevige bries. En zo gebruikte ik voor het eerst in mijn leven ook mijn stormlijnen, want eer mijn tent rechtstond werd die fikse bries regelmatig onderbroken door een rukwind. Eer dat werkje met de stormlijnen erop zat waren er regelmatig heel stevige ruwinden, dus al snel besloot ik mijn haringen te verzwaren met wat rotsblokken. En of dat nodig was! Die nacht werd ik in slaap gewiegd door de wind. Letterlijk, want de wind greep regelmatig onder mijn tentje om mijn slaapmatje op en neer te doen golven. Denk aan een waterbed, zo kan je je inbeelden hoe het voelt.

Burra zou me vanaf die dag iedere nacht teisteren en me dwingen om in stallen te slapen tusen loslopende honden en een verloren gelopen schorpioen, op kille zolderkamertjes, in koude kamers bij particulieren. Alles om maar niet in de wind te zitten. Mijn dagafstanden verschrompelden algauw tot de helft. Dat lag ook wel eenmaal aan een dutje op een strand.

Nu, in Dubrovnik neem ik afscheid van haar. Tot ik in Montenegro ben, want naar het schijnt blaast de wind daar uit dezelfde hoek en draagt ze zelfs dezelfde naam…

image

image

Balkan blues

Ik zit op een zolderkamer. In een zetel met een rood dekentje. Het is een eenzit en dat dekentje waar ik op zit is het nieuwste, beste voorwerp van heel de kamer. Zeg maar het pronkstuk. En zelfs dat riekt vrolijk naar rook en vocht. Dat is enigszins logisch, want rechts boven me gaapt er een gat waardoor ik, tussen de oude latjes en pleisterwerk door, de hemel kan zien. Net daaronder staat het bed. Netjes gedekt. Als ik wil krijg ik nog een deken bij. No thanks, ik slaap wel op de grond in mijn slaapzak.

Dit was het goedkoopste van heel Split, zo verzekerde mij een oude zeeman, die nog in Belgie was geweest, de Zoo van Antwerpen kende, nu 25 % aandeel had in een restaurantje om de hoek en me ook meetroonde naar zijn stamcafe om de hoek. Dat was de andere hoek. Daar zaten ex-militairen en andere zeebonken. Allemaal waren ze wel al in Belgie geweest. Eentje kon zelfs driekwart van alle Belgische voetbalploegen van eerste natonale opnoemen. Kortom, een vrolijke zatte bende, die je allemaal om de tien minuten nog eens de hand wou schudden of een raki wou trakteren.

Mijn gastvrouw, die wel kon leven met de fikse korting die ik nog uit de brand kon slepen, was even tevreden als ik met het dak boven mijn hoofd en had me net ervoren al enkele raki’s en vino’s uitgeschonken. Beiden kwamen vrolijk uit plastiek flessen en waren duidelijk zelfgestookt maar daarom niet minder lekker. Terwijl de gastvrouw vrolijk van de ene muziekzender naar de andere zapte, zittend op een keukenstoel met haar rode pantoffels nauwelijks op brandvrije afstand van het elektrisch vuurtje voor haar, was het er een komen en gaan. Lui van alle slag viel binnen en gespreksonderwerp nummer een was de fietser uit Belgie die zelfs met deze temperaturen onder blote hemel sliep. En nu zelfs tevreden was met het zolderkamertje.

De volgende morgen zou dit ritueel zich herhalen. Een sober ontbijt van raki, koffie en wat koekjes, opgeluisterd met vrolijke deuntjes van radio Split. Een beetje dof misschien, de klank. Maar wel een pareltje voor het oog die radio. Eentje van het merk Savica natuurlijk. Een model dat zowat de halve keukentafel in beslag nam. Waarschijnlijk ook wel de luxe-uitvoering, want de behuizing was volledig in donker notenhout uitgevoerd. Je kon er blijkbaar half Europa mee ontvangen, want door aan de grote ronde knop “postaje” te draaien kon je radio Vatican, Budapest, Nice, Zagreb en zelfs Bruxelles ontvangen. Andere knoppen als “vizoki”, “nizki” of “glasnost” spraken evenzeer tot de verbeelding, maar bleven volslagen Chinees.

image

image

image

image

image

image

image