Monthly Archives: March 2013

Hangjongeren

Teheran lijkt wel een broeinest van ongeduldige, opvliegende bestuurders. Er zijn er behoorlijk wat. Op een totaal van 13 miljoen inwoners zouden er 4 miljoen wagens en 5 miljoen bromfietsen zijn. Allemaal mikken ze hun voertuigen schijnbaar met kennis van zaken in iedere vrije ruimte. Tot dat gaatje dan toch te klein blijkt te zijn, meestal omdat twee heethoofden er tegelijkertijd in duiken…  Dan klinkt het knarsende geluid van metaal op metaal of brekend glas, worden portieren woest opengegooid en moeten omstaanders te hulp moeten schieten om de twee partijen uit elkaar te houden.

image

Gelukkig was ik gewaarschuwd voor deze chaos. De laatste 60 kilometer voor de hoofdstad reed ik op de autosnelweg. Daar stond uitdrukkelijk vermeld dat fietsers niet welkom waren, en na het observeren van de rijstijl werd de reden me al vlug duidelijk. Pechstrook of niet. Iedere centimeter werd gebruikt! Brussel leek plots een fietsparadijs en Istanboel een leuke opwarming. Leuke voetnoot: de aanwezige politie wees vrolijk de weg over de snelweg, terwijl enkele meters verder de verbodsborden voor fietsers stonden.

image

Met een prikkelende hoest in de keel, droge ogen en een bezweet gezicht dat plakte van het stof kwam ik aan op hotel. Voor een keer tevreden om binnen te slapen, ook al was het buiten droog en lekker warm. De laatste honderden kilometers waren nogal woestijnachtig, kaal, vlak en de wegen zo mogelijk nog rechter dan de eerste kilometers na de grensovergang. Eentonig dus, en zo leek Teheran plots een leuk intermezzo.

image

Ondanks die vlakke wegen is snel kilometers malen niet makkelijk hier. Om de haverklap stoppen auto’s of motorfietsen vlak voor je neus om een praatje te maken, je uit te nodigen voor lunch of een overnachting, of om je een lift te geven. Weigeren is in geen van de drie gevallen makkelijk als je maag knort, je enkel mul zand rond je ziet waar je tent niet in blijft rechtstaan, of wanneer je een baaldag hebt met tegenwind en ze je in perfect Engels voorstellen om je tot aan de Turkmeense grens te brengen.

image

Maar ik ben hier om te fietsen, dus hoorde ik mezelf, zij het wat bedeesd en onzeker, ‘no thanks, I’ll cycle all the way!’ zeggen. Een uitspraak die ik me nauwelijks tien minuten later alweer bekloeg. Op het moment dat mijn spieren opnieuw om rust schreeuwden, en brandstof. De afstanden en de beschikbaarheid van eten en drinken onderweg had ik wat onderschat, dus slonk de kilo zongedroogde dadels en halve kilo zwetende olijven sneller dan de resterende kilometers. Zo kom je niet ver natuurlijk.

Naast deze stoppende auto’s en motorfietsen heb je ook de categorie vriendelijke dorpelingen. Die roepen je meestal al van ver toe dat je een theetje mag gaan drinken. Met een volle blaas en de vrees voor rotte tanden door al die zoetigheid durf je al eens weigeren en gewoon verderrijden. Moet je niet doen als de helft van die kerels klaarzit op hun motorfiets. Eens gepasseerd hoorde ik enthousiast brullende motoren en voor ik het goed en wel besefte werd ik omringd door de mobiele versie van wat bij ons hangjongeren zou heten. 10 kilometer lang zou ik moeten volhouden dat ik geen thee moest en dat ik geen snars begreep van hun nochthans overduidelijke gebarentaal. Blijkbaar is het weigeren van thee soms het teken om over te gaan tot het uitnodigen voor lunch en hen je nog verder van huis.

image

Bovenstaand voorbeeld is gelukkig een uitzondering. Meestal is hun nieuwsgierigheid bekoeld nadat ze te weten gekomen zijn hoe je heet en vanwaar je komt. Regelmatig word ik hier versleten voor Tadjiek (?), Rus, Afghaan, Italiaan, Spanjaard of Duitser. Hoe groot kunnen tegenstellingen zijn. En na het ‘Jezus’-geroep in Istanboel is het in Teheran de beurt aan ‘Marco Polo’. En dat vind ik een behoorlijke stap vooruit.

Wat valt verder nog op in Iran? De mobiele fruit-en groentekraampjes aan de kant van de weg, de aarden hutjes, prachtige zonsondergangen, de overdekte oude markten en de bonte politieagenten.

image

image

image

image

image

Vliegende tapijten

Het is ‘norooz’ en dus vakantieperiode in Iran. Met hebben en houden trekken de Iraniërs naar de heilige stad Mashhad, een kleine 200 kilometer van de Turkmeense grens. Ieder jaar zijn ze met zo’n 5 miljoen, deze pelgrims die de graftombe van Iman Reza willen bezoeken. Iman Reza was de 8e van 12 geestelijke leiders en voor de sjiitische moslims voldoende reden om de drukte te trotseren en naar het imposante gebouwencomplex in het noord-oosten van Iran te trekken.

image

image

De plaatselijke hotels kunnen deze piek aan overnachtingen niet aan, vandaar dat je net buiten de stad gigantische campings kan zien waar de pelgrims hun felgekleurde tentjes neerzetten. Het lijkt wel de camping van een festival.

Ook op de weg tussen Teheran naar Mashhad geeft dit een behoorlijke drukte. Files, overvolle parkings aan benzinestations waar lange wachtrijen staan, ieder schaduwrijk plekje in dit woestijnachtig gebied staat vol met auto’s en tentjes. En dan wordt er gebarbecued op een tapijt rond een gasfles. Een gezellige boel en makkelijk om contacten met de lokale bevolking te leggen. Of met een groepje Irakezen, die te voet op pelgrimstocht is. Afzien lijkt hier wel het motto te zijn, want buiten een flesje water en een fototoestel hebben deze mannen niets op zak.

image

image

Het binnenrijden van deze miljoenenstad ging vlot. Met dank aan een lokale vrijwilliger die de laatste kiometers op de autostrade en de ring met de auto voor me uitreed. Ik had dus maar te volgen. Dat betekende ook gezellig rode lichten negeren. Tot het kruispunt waar plots een politieagent gespot werd en mijn helpende hand een noodstop maakte. Ik scheerde rakelings langs de auto af en kwam op enkele meters van het midden van het kruispunt met piepende banden tot stilstand. De politieagent nam het laconiek op en vroeg: “Country?”

Ik maakte me meer zorgen om de staat van mijn achterband. Ik hobbelde nu al enkele dagen rond met een gescheurde achterband waar mijn binnenband zich stilaan een weg naar buiten baande. Dit werd vakkundig aan de kant van de weg hersteld met een achtergelaten binnenband van een vrachtwagen. Maar deze noodstop was waarschijnlijk teveel van het goede en kon mijn plan om met de eerste set buitenbanden tot in Oesbekistan te geraken wel eens doorkruisen. Ook mijn gescheurde en volledig ontregelde voorderailleur zou wel eens roet in het eten kunnen gooien. Voorlopig was het behelpen door manueel de ketting op een ander blad te leggen.

image

Hoe dan ook. Ik geraak in mijn guesthouse waar ik kan rusten tot ik mijn Turkmeens visum te pakken heb. Even geen dwalende lichtjes meer midden in de woestijn van een verdwaalde herder. Geen blaffende herdershonden meer rond mijn tent. In de plaats daarvan echt Iraans eten en, misschien nog belangrijker, gewassen kleren.

Andere nieuwtjes? 9 dagen rust in de woestijn. Kartonnen politiewagens en de Iraanse passie voor vlaggen. Prachtige verlaten nederzettingen waar je kan verdwalen in vervallen kamertjes en steegjes. En in je eigen verbeelding.

image

image

image

image

image

image

Victory is ours

Iran: wat weten we daar nu eigenlijk over als je politiek even links laat liggen? Na een weekje fietsen weet ik dit te vertellen:

Iran lijkt wel in een andere wereld te liggen. De grensovergang aan Dogubayazit ligt op een heuvelrug, waardoor Iran als het ware enkele honderden meters lager aan je voeten ligt. Bovendien ligt hier geen sneeuw meer in de dalen en zie je weer bomen, waardoor het plots weer makkelijk wordt om prachtige kampeerplekjes te vinden.

image

image

De wegen zijn lang en recht, redelijk goed onderhouden en regelmatig zijn er bankjes waar je kan genieten van het voorbijrazende verkeer. Benzinestations zijn hier niet zoveel. Die benzine zou hier overigens gerantsoeneerd zijn: 60 liter per maand en dat kost omgerekend 6 €. Na die 60 liter verdubbelt de prijs tot 20 eurocent per liter.

image

Het verkeer bestaat voor de helft uit vrachtwagens, waarvan een groot deel als verouderd bestempeld mag worden: Duitse Mercedessen, Amerikaanse Macks en Britse Leylands. De andere helft zijn lokaal geproduceerde Paykans, meestal wit, pick-ups, steevast blauw, de immer gele taxi’s en andere vierwielers van Aziatische makelij. De Traktor-emblemen, sjaals of vlaggen in en rond deze vierwielers zijn voetbaliconen. De voetbalploeg in Tabriz wordt gesponsord door een tractorenfabriek…

image

image

image

De landschappen zijn behoorlijk afwisselend met weidse uitzichten. Hier en daar snijden beekjes en rivieren diepe groeven in het landschap. De meeste waterlopen staan behoorlijk droog en laten grillige slibsporen achter.

image

image

image

image

image

image

image

image

Thee drinken doen ze hier ook, maar in plaats van de suiker in je thee te kappen, steek je het klontje suiker tussen je tanden en drink je zo je thee.

Gastvrij zijn ze altijd, macho meestal ook. Met hun motorfiets, kudde schapen, kapperszaak, vrachtwagen of gewoon zichzelf. Ze poseren gezwind waarbij ze vaak zelf om een foto vragen.

image

image

image

image

In plaats van over Iran hebben de mensen het hier eerder over Oost-Azerbeidjan, dat een mengelmoes van Azeri’s, Koerden, Turken en  Armeniërs is. De moedertaal van de meeste mensen waarmee ik tot nu toe sprak was geen Farsi maar Turks of Armeens.

Eens het hier begint te regenen verandert dit woestijnachtig gebied in een grote kleverige modderpoel die zich tussen je wielen, remmen en versnellingen vastzet tot je geen meter meer voor- of achteruit kan. Je denkt dus best beter tweemaal na voor je die zandweg inslaat op zoek naar een plaats voor je tent. Dat kan je een uur duwen, trekken, vloeken en kuisen besparen.

image

Tot slot is de bewegwijzering bijna steeds tweetalig. In Farsi en Engels. En dat is maar goed ook. Zelfs al betekent dit dat je in tunnels je lichten moet on “swichen”…

image

image

Vallen en opstaan

“Dear Raf,

… I guess you still in Erzurum right? Plz take bus to Dogubayazit, PLZ… from Erzurum to Dogubayazit have two high attitude about 2000meters over, I almostly die at one top…

  CHANG”

Dit is het bericht dat ik krijg als ik aankom in Doguyabazit. Net te laat dus. Een bericht van mijn Taiwanese compagnon die nu met enkele dagen voorsprong voor mij uitfietst en me wil waarschuwen voor het komende stuk.

En inderdaad, wat een wisselvallig, gevaarlijk koud weer was dat op die passen. Mist, ijsregen, sneeuw, hagel, wind en zon, vriezen en dooien op een hoogte waar je toch moet beginnen uitkijken. Een lekker zonnetje kon binnen het kwartier omslaan in een sneeuwbui. Of andersom.

Dit wisselvallige weer gaf bij momenten spekgladde wegen. En dus ook valpartijen. Frustrerend als de weg zo glad wordt dat je je fiets na een valpartij niet eens meer overeind krijgt. In een poging tot schuif je je fiets gewoon voor je uit of sla je zelf weer tegen de vlakte.

Wat dit weer met je versnellingen doet, daar zwijg ik even over. Ook tintelingen en elektrische schokjes in de vingertoppen tekenen present. Iedere keer als je je vingers beweegt of zelfs maar iets aanraakt. Niet meer voelen of je nu koude of warme handen hebt. Gewoon niets voelen. Pijnscheuten in handen en voeten wanneer je je lichaam eindelijk weer op temperatuur krijgt. Ik dacht dat we nu wel stilaan wisten wat koude was, maar Turkije blijft verbazen.

Op nummer een en twee van de dingen die je niet wilt als het koud is: nattigheid en harde wind. Beiden zorgen ervoor dat je kledij zijn werk niet meer doet. Twee paar handschoenen, twee paar sokken waarvan een waterdicht, waterdichte schoenen… Het mocht niet baten. De koude gaat er los doorheen. Fijne sneeuw die over de weg raast en zich via ieder kiertje een weg baant naar stukjes bloot vel, diep verborgen onder enkele lagen kledij.

Hel is het wanneer op zo’n ijskoud moment je ketting breekt en je zonder handschoenen een kwartier aan de slag moet om reparatiegerief op te duikelen en te herstellen.

Hemel wanneer je vijf minuten later in een tanstation mag gaan opwarmen rond een houtkachel. Nu ja, houtkachel. In het tankstation waar ik kon opwarmen werd eerst een lading lege plastieken verpakkingen in de kachel gekapt, vervolgens een handvol katoenen lonten, een litertje benzine, en dan pas enkele houtblokken. Dat geeft op zijn minst gezegd een scherp geurtje.

Aangekomen in Doguyabazit kan ik alleen maar bedenken dat ik de afgelopen dagen door een van de spectaculairste gebieden van Turkije heb gefietst. Het was misschien wat riskant, en misschien klinkt bovenstaande niet zo vrolijk, maar ik heb me geamuseerd en had het voor geen geld van de wereld willen missen.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image