Monthly Archives: May 2013

Den draad

“Als je de draad op het stukje wereldkaart boven dit artikel volgt, dan kom je niet in Tadjikistan uit”, zo merkte een aandachtige lezer op. “En toch zat je laatst in Dushanbe, Tadjikistan. Hoe zit het nu met je route? Zijn de plannen gewijzigd?”

Neen. Ik rijd nog steeds richting Mongolië.

Het zit zo: net voor ik mijn spetterend afscheidsfeestje in Brussel gaf, begin november was dat, werd ik uitgenodigd bij vrienden in Brussel. Tijdens die avond vroegen mijn vrienden mij om even naar het kleinste kamertje te trekken, om daar op een wereldkaart aan te duiden hoe mijn route er ongeveer ging uitzien.

Zo gezegd zo gedaan. Ik ging aan de slag met wat punaises en een touwtje. En zo konden mijn vrienden tijdens toch niet onbelangrijke momenten van de dag wegdromen bij de gedachte waar ik zat
Later op de avond, tijdens het echte afscheidsfeestje, werden er ludieke geschenkjes gegeven. Lichtgewicht allemaal, want het moest mee op de fiets. Zo waren er het mental healing-setje met boodschappen om me door moeilijke en eenzame momenten te sleuren en zat er ook een postkaart bij. Een postkaart met een foto van de wereldkaart waar ik even tevoren mijn route uitgezet had.

Twee vliegen in een klap. Dankzij de postkaart zou ik altijd weten waar ik was en kon ik niet meer verdwalen en had ik ineens een prachtige header voor mijn blog, ook al miste de route dan wat kronkels.

DSC_9363

Iedereen gelukkig

“Doctor! Driver! Russian teacher!”

De briljantste leerlingen van het klasje antwoorden gezwind op de vraag wat ze later willen worden. 12 jaar zijn ze. Sommigen in uniform, anderen in een pullover. “They don’t listen to me”, antwoordt de lerares Engels wat zuur wanneer ik vraag het nu zit met die uniformplicht hier. Ze zitten gezellig buiten in de schaduw van een boom, een paar honderd meter van het dorp. Met een heerlijk zicht op de rivier die de grens tussen Tadjikistan en Afghanistan vormt, maar hier zo breed is dat het eerder op een langerekt meer lijkt.

Een half uurtje doe ik mee aan de les Engels die er net gegeven werd en probeer ik al hun vragen te beantwoorden. Af en toe mix ik wat woorden Russisch of Farsi erdoorheen, wat hen steeds aan het lachen brengt door mijn uitspraak. Zeker als er een “r” in voorkomt, die er bij mij niet uitrollen wil zoals het hoort.

Het lesuurtje eindigt met het uitwisselen van een boodschap, neergepend in een van de jongens hun schriftjes en in mijn notitieboekje. Hun speeltijd begint, die van mij is net gedaan.

DSC_0249

DSC_0252

DSC_0255

Afghan wings

Iedere kilometer is anders. Je rijdt door natuur of dorpjes, buitenleven versus dorpsleven. Bewolkte en zonnige meters. Je rijdt over wegen omzoomd met bomen of dorre struiken of kilometers door een desolaat landschap. Je hebt stukken waar je verdrongen wordt door vrachtwagens en balancerend op het randje van een ravijn je beurt afwacht. Trajecten met de rivier er vlak naast of net uit het zicht diep beneden je. Snelstromend of bijna stilstaand, het water olieachtig en dik en loom. Met een dikke laag slib ernaast. Of halfweg verzand met telefoonpalen op de oever die lichtjes scheefgezakt staan wachten op de volgende oproep.

Je hebt de groene buitenbochten en de dorre binnenbochten van diezelfde rivier. Links steeds Tadjikistan, rechts Afghanistan. Soms liggen de Afghaanse dorpjes dichter dan de Tadjiekse, en brul je “hello” over het razende water en de landsgrens heen.

Op plaatsen waar de rivier zich wat koest houdt, hoor je stemmen zonder dorpjes of mensen te zien. Niet omdat je gek wordt na 6 maanden alleen op pad te zijn, maar omdat het geluid hier ver draagt en blijft weergalmen. Je hoort explosies en gedonder van vallende stenen, en hebt geen idee of het een zelfmoordterrorist, wegenwerken of een natuurfenomeen was. Je hebt momenten dat je je minuscuul klein voelt in dit natuurgeweld en met een bezorgde blik hoopt dat die overhangende rots, die als een puzzel uit duizenden slecht passende stukjes bestaat, hangen blijven zal.

Je hebt kilometers met en zonder honger, met of zonder de alomtegenwoordige snickers. Dorstige stukken of meters met een smakelijke fles lokaal mineraalwater in de hand. Kilometers zonder foto en zonder inspiratie of 100 meter asfalt waar je jezelf verplicht nu eindelijk weer eens de fiets op te stappen en door te rijden. Stukken met een licht briesje door de haren door de snelheid die je maakt, stukken waar je afstapt omdat het even niet meer soepel draait, stukken parallel met een windhoos die dezelfde richting uitwil, tegenwind, wind in de rug.

Stroomopwaarts gaat het. Enkele honderden kilometers lang, lichtjes stijgend. Netjes langs die rivier en Afghanistan. Je bedenkt hoe gelukkig je bent met dit rotslecht stuk weg, want de weg aan de andere kant van de grens ziet er nog een stuk slechter uit. Daar rijden geen vrachtwagens. Zo bekeken is het hier inderdaad een highway. Toch had je graag even vleugels gehad om een dagje aan de andere kant te rijden. Waarschijnlijk verkopen ze daar ook wel snickers in winkeltjes naast de baan, dus dan kan je daar ook fietsen.

Wachten doe je, geduldig, tot na dagen van onweer keer de lucht volledig opentrekt en je de volgende rij pieken kan zien. Nog hoger dan de toppen waarvan je eerst al in bewondering naartoe stond te gapen. Om op dit verstrooid moment loeihard in een volgende kuil te rijden, uit je zadel gewipt wordt en je je een fractie van een seconde lang, met je gat en benen in de lucht, mag afvragen of je niet beter stoppen zou, vooraleer je rondkijkt.

Kanozak, flessen water, broden, bananen en een watermeloen kozen de laatste maanden al het hazenpad terwijl je verstrooid rondkijkend over een hobbel knalde. Steeds werden verloren voorwerpen gerecupereerd. Broden met een laagje modder, een watermeloen die half tot moes was gebeukt, broze plastiek flessen water die lekgeslaan werden na een val van een halve meter.

Eigenlijk deert het allemaal niet. Na 10000 kilometer is iedere kilometer nog steeds anders. En daarom verveelt het niet.

DSC_0024-1

DSC_0398-1

DSC_0396-1

DSC_0368-1

DSC_0339-1

DSC_0280-1

DSC_0267-1

DSC_0248-1

DSC_0237-1

DSC_0213-1

DSC_0135-1

DSC_0129-1

DSC_0124-1

DSC_0078-1

DSC_0073-1

DSC_0071-1

DSC_0039-1

DSC_0033-1

Weg is weg

De slagboom is dicht. In het wachthuisje dat naast de slagboom staat zijn er twee vertrekken, eentje met een tafel en stoel, een ander met drie ijzeren bedden, waarvan twee met matras. Beide vertrekken zijn leeg. Geen politieman te bespeuren. Ik wacht een half uurtje op de politieman die niet komen zal, duw uiteindelijk zelf de slagboom open en rijd door. Op naar de eerste pas op Tadjiekse bodem.

Ver geraak ik niet. Een half uurtje later kruis ik een oude Russische motor met zijspan. Ze stoppen. Een van de drie mannen stapt van de motor en gebiedt me te stoppen. Hij trekt zijn leren jekker wat naar boven zodat ik duidelijk zijn pistool kan zien, en haalt uit zijn achterzak zijn legitimatiekaart. Voor mijn part was dat de lidkaart van de lokale kaartersclub.

“Policia, road closed” zegt hij en hij kruist zijn armen in een x voor mijn gezicht. Hij maakt duidelijk dat ik de hele weg terug moet naar het wachthuisje, voor “Passport”.

Ik protesteer nog dat dat een behoorlijk eind terug is en dat ik er weinig aan kan doen dat hij niet op zijn post was. Hij kan toch ook hier mijn paspoort verifiëren? Neen dus. Drie kwartier later, bergop, sta ik aan hetzelfde wachthuisje en wacht ik tot de beambte een balpen gevonden heeft om mijn naam, datum van passage en bestemming in een dik boek te schrijven. Maar die balpen is spoorloos. “Problem” zegt hij uiteindelijk en kijkt me besluiteloos aan.

Ik haal uit een van mijn fietstassen een dikke markeerstift. Dat vindt hij wel kunnen en uiteindelijk schrijft hij in grote dikke letters mijn gegevens in zijn boek dat hij met een klap dichtslaat.

Hij maakt me duidelijk dat ik niet verder rijden kan tenzij er een andere fietser komt opdagen. Iets over te gevaarlijk, wolven, weggeslagen wegen en sneeuw.

De angst grijpt me even rond mijn keel, dat als ik me nu laat doen, deze afgelegen politiepost het eindpunt van mijn fietstocht kan worden. Ik bereik uiteindelijk dat hij een Engels sprekende neef belt aan wie ik uitleggen kan dat ik na 6 maanden fietsen ook deze pas wel alleen aankan, dat ze me al sinds Oost-Turkije voor wolven en sneeuw waarschuwen en dat wachten op andere fietsers nog wel weken kan duren, en zoveel proviand heb ik niet.

Twee uur later stap ik opnieuw op mijn fiets en vertrek richting pas. Het is al behoorlijk laat, de top halen wordt moeilijk, temeer de staat van de weg zo mogelijk nog slechter is dan ervoor. Het highway gedeelte in Pamir highway is ver te zoeken. Ik laat al vlug mijn bandenspanning wat zakken om toch iets van grip te hebben in deze gravel. Veel helpt het niet. Mijn voorwiel hotst van links naar rechts, mijn stuur krijgt zware klappen te verwerken. Tijdens een pauze zie ik dat mijn bagagedrager boven mijn voorwiel los in de schroeven hangt. Een van de schroeven is afgebroken, waarbij een gedeelte in het kader is blijven zitten. Met wat spanbandjes wordt het provisorisch opgelost. Dat rijdt al een pak beter.

Meer dan 24 uur later moet ik de politieman een beetje gelijk geven. Ik ben nog steeds niet op de top. De weg is er niet meer. De weg is een spekgladde modderbaan geworden waarlangs het smeltwater in stroompjes naar beneden stroomt. Fietsen is niet mogelijk. Nu eens sneeuwt het, dan weer krijg ik hagel of regen te verwerken.

De laatste zes kilometer naar de top duw ik mijn fiets naar boven. Glibberend en schuivend op mijn sandalen.

De hoogte en wat zuurstofgebrek doen hun werk en al vlug hap ik naar adem. Ik heb het gevoel geen meter vooruit te komen en om niet gedemotiveerd te geraken, deel ik de weg op in stukken van 50 meter. Beetje bij beetje dichter naar de top. Van plukje gras naar plukje gras, van sneeuwveld naar sneeuwveld, van bocht naar bocht.

De laatste zes kilometer kosten me zes uur. Dan sta ik uitgehongerd maar tevreden voor het eerst met mijn fiets op een drieduizender en begin ik nog steeds glibberend en schuivend aan de afdaling. Overnachten doe ik, zoals de voorgaande nachten, nog geen meter naast de weg, op een strook stenen en weerbarstig stroeve planten, maar met een weergaloos zicht op besneeuwde toppen.

DSC_9843

DSC_9833

DSC_9811

DSC_9809

DSC_9790

DSC_9787

DSC_9780

DSC_9778

DSC_9760

DSC_9754

DSC_9752

DSC_9748

DSC_9704 DSC_9698

DSC_0067

DSC_9851

Non-verbale communicatie

Je hebt twee soorten gesprekken met de lokale bevolking. Goede en minder goede. Het minder goede gesprek volgt het patroon “vanwaar kom je, waar ga je naartoe en ben je maar alleen?” Het betere gesprek volgt het patroon van het slechte gesprek, maar voegt eraan toe “hoe heet je, ben je getrouwd, hoe lang ben je al onderweg, waarom heb je een baard” om te eindigen met “hoeveel geld heb je bij je?” Voor iemand die de taal van het land niet machtig is, is dit het maximum dat eruit te halen valt.

Dit soort gesprekken begon ik stilaan beu te worden. Zeker omdat je iedere tien minuten je standaardantwoorden te voorschijn mocht toveren. Je kan er een pak lol mee beleven als je je probeert voor te doen als een 50-jarige Afrikaan, maar ooit is ook hier de leut van af. Neen, ik had nood aan iets anders.

Twee dagen geleden werd ik uitgedaagd door een puber op zijn fiets. Trots twee meter voor me uitrijdend en steeds maar achteruitkijkend. Druk gebarend en roepend naar vrienden aan de kant van de straat. De oudjes zittend op bankjes in de schaduw maar grinniken, de vrouwen op de markt aan het schaterlachen en aan het wijzen. Ik werd voorbijgestoken door de lokale fietskampioen en heel het dorp had het gezien. Iedereen die me een beetje kent weet dat ik dit als een uitdaging zie. Erachteraan dus. Recht op de trappers, sleurend en rammelend over de putten en kuilen van de dorpskern. De pret kon niet op, mijn uitdager grijnsde tot ver achter zijn oren, er klonken aanmoedigingen aan de kant van de baan: kermiskoers in het achterland van Oesbekistan! Ik won de koers, maar bloemen heb ik niet gehad. Toen toch niet.

wpid-rps20130430_182921.jpg

Hiermee was de toon wel gezet. Ik had weer een leuke bezigheid. Sindsdien werd iedere fietser als een tegenstander gezien en uitgedaagd tot hij toehapte. Voorlopig won ik alle koersjes. En dan word je overmoedig natuurlijk. In een afdaling na een colletje kwam er een Lada naast me rijden. Okerkleurig. Afgeladen vol met een openstaande koffer en de passagiers met open monden starend. Ik twijfelde niet. Remmen los en bijtrappen. Slalommend tussen de kuilen tegen net geen zeventig naar beneden. Halverwege de afdaling hield ik het voor bekeken. De risicos werden te groot, mijn fietstassen waren losgeschoten en zwabberden van links naar rechts.

Ik stopte aan de kant van de baan. De Lada stopte ook, net zoals achteroprijdend verkeer dat doorhad wat er net gebeurde. Er werden handjes geschud en duimen opgestoken.

Ik voelde me opnieuw alsof ik leefde. Na eerst een week in een landschap zo plat als een pannenkoek, dan een week op hotel op zoek naar mijn Tadjieks visum, was dit hetgeen ik miste. Fietsend door een streek waar maar weinig toeristen komen, en zonder ook maar een woord te spreken fantastische momenten beleven waar zowel de lokale bevolking als ik iets aan heb.

wpid-rps20130430_182032.jpg

Verder nog vermeldenswaard: steeds slechtere wegen, samenscholingen waar je ook maar stopt, afgelegen kampeerplekjes, waarschuwingsborden met meerkeuze mogelijkheden en mooie uitzichten.

wpid-rps20130430_182135.jpg

wpid-rps20130430_182106.jpg

wpid-rps20130430_181957.jpg

wpid-rps20130503_171622.jpg

wpid-rps20130430_183723.jpg

wpid-rps20130430_184019.jpg

wpid-rps20130430_181801.jpg

wpid-rps20130430_183648.jpg

wpid-rps20130430_181546.jpg

wpid-rps20130430_183612.jpg

wpid-rps20130505_132847.jpg

Hygiëne voor dummies

In de vijfde minimarket van de dag heb ik prijs. Een winkeltje waar ze meer verkopen dan alleen maar cola, limonade en andere zoetigheden. Een winkeltje dat groter is dan een raam waar je je hoofd naar binnen steekt om te zien wat er te koop is. Neen, dit is een echt winkeltje met winkelrekjes tegen de muur en drie dames die verwonderd opkijken wanneer ik binnenstap. Zoals wel vaker gebeurt, vragen ze even later zelf om een foto.

rps20130427_141906

Brood, wat conservenblikken vlees en vis. Dat wordt smullen de volgende ochtend. Net voor ik buitenstap zie ik enkele potten honing staan. Dat is lang geleden… Ik vraag naar de prijs. Een van de verkoopsters neemt de pot uit het rek achter de toonbank en opent die. Ze doet teken dat ik mijn pink er maar eens in moet doppen om te proeven. Ik bekijk vlug mijn ongewassen handen, met de olie van de laatste reparatie van die morgen er nog aan. Ach wat, proeven maar. Heerlijk! Verkocht!

Nog geen 24 uur later, even nadat ik van enkele rijke Oesbeken geld toegestopt krijg, kom ik enkele herders tegen. Vrachtwagenchauffeurs en herders zijn mijn vrienden, dus stop ik even voor een praatje. Veel moet je je daar niet bij voorstellen. “Dat het koud is en winderig, niet?” Einde gesprek.

Een van de herders trekt erop uit om een geit te vangen, brengt het beest tot bij ons. Ze leggen het beest op zijn rug en onderzoeken zijn geslachtorgaan dat er bepaald ongezond uitziet. Ze proberen de etter wat weg te vegen met een doekje en laten het beestje tenslotte gaan. Ik vraag of ik een foto mag nemen en probeer zittend op mijn fiets een mooi shot. Ik ben eraan voor de moeite want de wind speelt met mij en mijn fiets alsof het niets is. Ik geef het op en bedenk net voor ik vertrek dat ik nog wat cakes heb die ik weleens zou kunnen delen. Van vorige ontmoetingen weet ik dat deze mannen in het beste geval enkel water op zak hebben, dus honger zullen ze wel hebben.

rps20130428_165216

rps20130428_165314

Ik laat het zakje met cakes zien en vraag of ze er wat willen. ‘Neen’ zeggen ze allen. Wanneer ik een tweede keer vraag, springt de man, die net met zijn handen aan de geslachtsdelen van de geit zat, recht en duikt met zijn handen in de aangereikte zak. Daar zitten nog 4 cakes in. Een voor iedere herder. Hij neemt er drie. Ik denk aan de operatie en de ongewassen handen en doe vlug teken dat hij de vierde ook mag hebben.

Mijn pot honing schiet ook even door mijn hoofd. Ik vraag me af hoeveel pinken daar al ingezeten hebben en waar die pinken voorheen gezeten hebben.

Verder nog te melden: stoffige en slechte wegen, bont gekleurde landschappen en enkele leuke ontmoetingen.

rps20130428_165622

rps20130428_165512

wpid-rps20130428_165440.jpg

rps20130427_142717

rps20130427_142748

Boem paukenslag

Soms gebeuren er dingen achter je rug om. Zonder dat je er iets van merkt. Nieuws van het thuisfront is dat dan. Goed of slecht. Vermist zijn bijvoorbeeld. Of genomineerd worden.

nominatieformulier_logo

Wat een verrassing. Deze blog is genomineerd in de Blog Awards van Weekend Knack, in de categorie Travel. Dank u wel, anonieme inzender. Enkel deze nominatie al doet enorm veel deugd. Dit is de beloning voor urenlang schrijfwerk in mijn tentje in de koude en het harde labeur op de fiets.

Nu wil ik die award natuurlijk wel winnen.

Helpen jullie een handje?

Stemmen kan op deze link!
http://sim.knack.be/cr/sim-knack-weekend.php?ID=ZDWZqWkFifuTjO0P7kh9HdARqIoca2E0yyNkKOF1qRUal5qZa

Bedankt!

Raf

Gepost in Dushanbe, waar ik probeer om een nieuwe reeks verhaaltjes door een wel heel dunne Adsl-lijn te persen.