Weg is weg

De slagboom is dicht. In het wachthuisje dat naast de slagboom staat zijn er twee vertrekken, eentje met een tafel en stoel, een ander met drie ijzeren bedden, waarvan twee met matras. Beide vertrekken zijn leeg. Geen politieman te bespeuren. Ik wacht een half uurtje op de politieman die niet komen zal, duw uiteindelijk zelf de slagboom open en rijd door. Op naar de eerste pas op Tadjiekse bodem.

Ver geraak ik niet. Een half uurtje later kruis ik een oude Russische motor met zijspan. Ze stoppen. Een van de drie mannen stapt van de motor en gebiedt me te stoppen. Hij trekt zijn leren jekker wat naar boven zodat ik duidelijk zijn pistool kan zien, en haalt uit zijn achterzak zijn legitimatiekaart. Voor mijn part was dat de lidkaart van de lokale kaartersclub.

“Policia, road closed” zegt hij en hij kruist zijn armen in een x voor mijn gezicht. Hij maakt duidelijk dat ik de hele weg terug moet naar het wachthuisje, voor “Passport”.

Ik protesteer nog dat dat een behoorlijk eind terug is en dat ik er weinig aan kan doen dat hij niet op zijn post was. Hij kan toch ook hier mijn paspoort verifiëren? Neen dus. Drie kwartier later, bergop, sta ik aan hetzelfde wachthuisje en wacht ik tot de beambte een balpen gevonden heeft om mijn naam, datum van passage en bestemming in een dik boek te schrijven. Maar die balpen is spoorloos. “Problem” zegt hij uiteindelijk en kijkt me besluiteloos aan.

Ik haal uit een van mijn fietstassen een dikke markeerstift. Dat vindt hij wel kunnen en uiteindelijk schrijft hij in grote dikke letters mijn gegevens in zijn boek dat hij met een klap dichtslaat.

Hij maakt me duidelijk dat ik niet verder rijden kan tenzij er een andere fietser komt opdagen. Iets over te gevaarlijk, wolven, weggeslagen wegen en sneeuw.

De angst grijpt me even rond mijn keel, dat als ik me nu laat doen, deze afgelegen politiepost het eindpunt van mijn fietstocht kan worden. Ik bereik uiteindelijk dat hij een Engels sprekende neef belt aan wie ik uitleggen kan dat ik na 6 maanden fietsen ook deze pas wel alleen aankan, dat ze me al sinds Oost-Turkije voor wolven en sneeuw waarschuwen en dat wachten op andere fietsers nog wel weken kan duren, en zoveel proviand heb ik niet.

Twee uur later stap ik opnieuw op mijn fiets en vertrek richting pas. Het is al behoorlijk laat, de top halen wordt moeilijk, temeer de staat van de weg zo mogelijk nog slechter is dan ervoor. Het highway gedeelte in Pamir highway is ver te zoeken. Ik laat al vlug mijn bandenspanning wat zakken om toch iets van grip te hebben in deze gravel. Veel helpt het niet. Mijn voorwiel hotst van links naar rechts, mijn stuur krijgt zware klappen te verwerken. Tijdens een pauze zie ik dat mijn bagagedrager boven mijn voorwiel los in de schroeven hangt. Een van de schroeven is afgebroken, waarbij een gedeelte in het kader is blijven zitten. Met wat spanbandjes wordt het provisorisch opgelost. Dat rijdt al een pak beter.

Meer dan 24 uur later moet ik de politieman een beetje gelijk geven. Ik ben nog steeds niet op de top. De weg is er niet meer. De weg is een spekgladde modderbaan geworden waarlangs het smeltwater in stroompjes naar beneden stroomt. Fietsen is niet mogelijk. Nu eens sneeuwt het, dan weer krijg ik hagel of regen te verwerken.

De laatste zes kilometer naar de top duw ik mijn fiets naar boven. Glibberend en schuivend op mijn sandalen.

De hoogte en wat zuurstofgebrek doen hun werk en al vlug hap ik naar adem. Ik heb het gevoel geen meter vooruit te komen en om niet gedemotiveerd te geraken, deel ik de weg op in stukken van 50 meter. Beetje bij beetje dichter naar de top. Van plukje gras naar plukje gras, van sneeuwveld naar sneeuwveld, van bocht naar bocht.

De laatste zes kilometer kosten me zes uur. Dan sta ik uitgehongerd maar tevreden voor het eerst met mijn fiets op een drieduizender en begin ik nog steeds glibberend en schuivend aan de afdaling. Overnachten doe ik, zoals de voorgaande nachten, nog geen meter naast de weg, op een strook stenen en weerbarstig stroeve planten, maar met een weergaloos zicht op besneeuwde toppen.

DSC_9843

DSC_9833

DSC_9811

DSC_9809

DSC_9790

DSC_9787

DSC_9780

DSC_9778

DSC_9760

DSC_9754

DSC_9752

DSC_9748

DSC_9704 DSC_9698

DSC_0067

DSC_9851

Advertisements

5 thoughts on “Weg is weg

  1. Alex

    Fantastisch, Raf, lang leve onze Marco Polo (hoewel, die reisde waarschijnlijk wat comfortabeler). Prachtige landschappen.

    Reply
  2. Alex Hetwer

    En nog iets, Raf: die wolven hebben meer reden om bang te zijn voor de mens dan omgekeerd. Wolven lopen normaal weg van mensen en zullen slechts in zeer uitzonderlijke en barre tijden het aandurven om een (verzwakte) mens aan te vallen. Zoals al eens eerder gezegd: de loslopende en slecht opgevoede herdershonden zijn veel gevaarlijker.

    Reply
  3. Solange

    Waouw, wat een verhaal! en wat schitterende fotos! Leven zal hier zeker flauw zijn na zo een ervaring… :-S
    Geniet ervan, op je tanden bijten als het moet, de lanschappen geven het wel terug denk ik!

    Reply
  4. Jef

    Wow!!! Man, wat een avontuur! En wat een knappe foto’s! Respect Raf! Echt waar, RESPECT!!

    Reply

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s