Monthly Archives: June 2013

Grand theft donkey

“Ie…inder…aben…ein…oche…e…ohlen!!” klinkt het gefrustreerd vanuit de diepte. Ver voor me zie ik Sophie wild gesticulerend naar een van haar fietstassen kijken, waarop ze haar fiets in het gras gooit en met de handen naar het hoofd grijpt.

Het duurt nog even voor ik de ernst van de situatie doorheb. Ik daal verder af en beneden aan de oever vertelt Sophie me dat het kookstel uit een van haar fietstassen verdwenen is. Verdorie. Gestolen door een van de kinderen die we in het vorige dorp tegenkwamen. Mijn kookstel gaf enkele weken in de Pamir de geest, dus nu zitten we echt zonder.

Wat nu?

Gelukkig heeft een ruiter de commotie opgemerkt en komt op ons toegedraafd. Met hand en tand leggen we uit dat we zonet bestolen zijn door een groepje spelende kinderen op ezels. We hebben foto’s van de kinderen, dus vragen we de man of hij ze kent en weet waar ze wonen. “Njet”. Helaas. Maar hij haalt zijn zoontje erbij die zijn leeftijdsgenoten vlot herkent en zegt dat ze in het vorige dorp wonen.

De ruiter wil ons wel helpen en maakt ons duidelijk dat hij na zijn werk het kookstel kan terughalen. We vrezen dat de kinderen in tussentijd het fragiele kookstel zouden kunnen beschadigen, dus neem ik het Russisch woordenboekje, laat mijn bagage achter bij Sophie en rijd ik over het onverharde colletje terug naar het vorige dorp.

Daar kom ik met een bonzend hart aan, vol adrenaline en verontwaardiging over wat ons overkomen is. Drie zestienjarigen spot ik daar, die ik mijn foto’s toon en in korte zinnen en veel gebarentaal uitleg dat die kinderen mijn kookstel gestolen hebben en dus wil weten waar ze wonen. “Gide domo”, waarop ik naar de kinderen op de foto wijs. Ze lachen wat en kijken me wat onzeker aan. “Please”, zeg ik, “help me”.

Ze blijven lachen en veroeren geen vin. Ik geef een van hen een duw en brul ze in het Engels toe dat dit niet om te lachen is. Dan komen ze in actie… Via andere helpende dorpelingen heb ik twee uur later het kookstel weer in handen. Volledig gedemonteerd, maar alle onderdelen zijn aanwezig.

Ondertussen staat wel heel het dorp op stelten, ben ik bijna twee keer in een vechtpartij verzeild geraakt en is een van mijn sandalen stukgeraakt toen ik behoorlijk impulsief een spurtje dwars door een wel heel kleverige modderpoel wou trekken om een van de vluchtende daders achterna te gaan. Mijn actie werd gelukkig overgenomen door de ruiter van daarstraks, die in galop in ware cowboystijl de jongen achternaging.

image

De koker had ik dus terug. Ik kon met opgeheven hoofd terug naar Sophie die voor haar voeten in het zand een zonnewijzer in elkaar geknutseld had om aan te tonen hoeveel tijd dit alles gekost had. We vierden de overwining met een thee en wat brood.

Wisten we toen veel dat de koker de volgende dag de geest zou geven en dat we ons de volgende dagen moesten behelpen met kampvuurtjes…

Advertisements

Erop of eronder

Nu is het goed geweest. Het gaat echt niet meer. Ik heb me opgesloten in mijn kamertje in mijn guesthouse in Osh. Ergens op het bovenste verdiep van zo een typisch Russische betonnen woonblok waar het betonrot je tegemoet gewaaid komt in een lichtgroen geverfde traphal zonder verlichting. Gedaan met het getoeter, de toegeschreeuwde hello’s, de stank van de auto’s en het stadsleven, het geduw en getrek in de bazaars.

Pamir 1

Stilte, rust en vooral geen nieuwe indrukken als het even kan. Of beter nog, terug naar de Pamir. Was me dat een belevenis.

rps20130603_222032

rps20130603_225757

rps20130603_230508

rps20130603_230244

rps20130603_225825

rps20130603_224119

rps20130603_223842

rps20130603_224927

Heimwee heb ik. Absoluut. Heimwee naar die absolute rust, de goede maar ijle lucht, de magistrale vergezichten op zes- en zevenduizenders. Ik mis dat lintje asfalt dat zich onbeduidend klein en langgerekt sterk probeerde te houden in deze woeste wildernis. Onverwacht goed was het asfalt. Lekker glad, enkel op de toppen van de vierduizend-plus passen was het modderig en hobbelig en vloekte je wel eens tussen het gehijg door. De vrees dat de Pamir te zwaar zouden zijn bleek zo volledig ongegrond, maar een makkie was het ook weer niet.

rps20130603_224251

rps20130603_224030

rps20130603_223015

Ik wil me opnieuw klein en kwetsbaar voelen onder het gebeuk van de wind en het andere natuurgeweld rondom me. Naar adem happen boven de 4000 meter, een noodplekje voor de tent zoeken omdat je die 4655 meter hoge pas net niet haalt voor het donker. Je tent opzetten in de sneeuw die niet zachtjes naar beneden dwarrelt, maar horizontaal in je gezicht gezwierd wordt.

Ik wil opnieuw ‘s morgensvroeg met de eerste zon opstaan, die slaapmat en slaapzak uit mijn tent in een plekje zwieren waar de zon wel komt en daar lekker langzaam en warm wakker worden. Terwijl wat stugge plukjes gras aan je tenen kriebelen en je mok met thee of koffie dampt in de ochtend.

rps20130603_223740

rps20130603_223314

Ik mis nu al de vrijheid van de natuur, om die plastiek fles water in een klaterend riviertje onder te dompelen en dan met grote teugen te genieten van echt water. Zonder filter of chloortabletten. De schijnbaar verlaten dorpjes of eenzame huisjes waar altijd wel een thee klaarstaat en een autowrak voor de deur aantoont dat het leven hier best hard kan zijn.

rps20130603_224820

rps20130603_222814

rps20130603_225717

rps20130603_223524

rps20130603_225621

rps20130603_224640

Ruig was het. Een heerlijke uitdaging die we, heel toevallig, met zijn drietjes aangingen. Twee Duitse fietsers reden hetzelfde tempo en konden ook maar moeizaam afscheid nemen van dit natuurgeweld. En dus reden we op sommige dagen wel heel langzaam en rekten we de pauzes zo lang mogelijk.

rps20130603_223133

rps20130603_223228

rps20130605_170029

rps20130605_165914

Nu is het dringend tijd om de overdosis aan indrukken even te laten bezinken. Even tijd nemen voor mezelf en uren aan een stuk schrijven. Zodat ik de indrukken die ik heb gehad niet verlies. Nagenieten dus, van panorama’s en vrijheden, opgesloten in een kamertje van 4 op 3.

King of the road

“Problem! Aiaiai!” Zegt onze chauffeur, terwijl hij glimlacht en blijft glimlachen.

We staan in het midden van een grote rivierbedding, waar in hoogzomer het smeltwater in sneltempo naar het Karakolmeer stroomt. Nu is het er behoorlijk droog, er groeit gras, er zijn opgedroogde modderpoelen waar de zon de grond doet barsten. Enkele kilometers verder ligt het Karakol-meer, op bijna 4000 meter hoogte, waar de wind het ijs metershoog aan de westkant heeft doen ophopen terwijl de oostkant volledig ijsvrij schittert in blauw.

In heel deze verlaten vallei is er een modderpoel. En daar heeft onze chauffeur zich in vastgereden. Dus wroeten we nu al bijna 6 uur om die oude Russische terreinwagen weer op het droge te krijgen. Echt lukken wil het niet. De achterkant van de terreinwagen rust op de modderlaag, de achterwielen wilen alleen maar nog dieper wegzakken en spartelen hulpeloos in het rond. De voorwielen kijken werkloos toe. Van vierwielaandrijving is bij dit stuk rijdend antiek niet veel meer te merken.

rps20130603_220028

Wanneer we het vehikel uiteindelijk weer gaande krijgen is het al behoorlijk laat. Terug naar ons guesthouse om morgen opnieuw te proberen, zo vermoeden we. Maar neen, onze chauffeur is gemotiveerd en wil de andere helft van het geld verdienen, dat we zoals afgesproken bij terugkomst in ons guesthouse zullen verhandigen. Verder dus, terwijl de zon langzaam achter besneeuwde bergtoppen zakt. De nacht verbrengen we in een jagershut waar je voor 11000 dollar een Marco Polo schaap kan neerleggen. We krijgen er thee en wat brood en een deken op de grond om de koude nacht door te komen.

We vertrekken vroeg in de morgen. Op naar Peak Lenin. Dwars over rotsvelden, door riviertjes die op sommige plaatsen nog bevroren zijn door de koude nacht. Langs eenzame huisjes en yurts waar yaks grazen en waar we thee, brood en yakkaas krijgen.

rps20130603_220206

De rit eindigt enkele uren later. In een sneeuwveldje waar we schuivend tot stilstand komen. De motor slaat af en wil niet meer aanslaan. Het ding in gang duwen, aanslingeren -jawel-, het helpt voor geen meter. En dus gaat de motorkap open. En dat blijkt de volgende uren meer en meer nodig te zijn om ons weer thuis te krijgen.

rps20130603_220311

Peak Lenin, het doel van ons uitje, zien we die dag  niet. De mist hangt laag en het sneeuwt opnieuw. De Russische jeep is weliswaar weer mobiel, maar dat duurt niet lang. Ieder half uur duikt er wel een ander probleem op. De rit eindigt in de vooravond op 25 kilometer van een warm bed. Geen benzine meer. Midden in het niets van een sneeuwstormpje, terwijl de chauffeur met zijn muts de vooruit vrij van condens en ijs probeert te houden. Ons stuk gehuurd antiek hotst en botst nog enkele tientallen meters verder en rolt dan definitief tot stilstand.

rps20130603_215446

rps20130603_215421

rps20130603_220946

De chauffeur en zijn helper verdwijnen in de verte in de sneeuw, op zoek naar benzine terwijl wij het ons als toerist gezellig maken in wachten…

rps20130603_220909

Het geluk van toeval

Remmen dicht! Perfecte belichting, compositie, ik zie de foto zo voor me. Een prachtig blauw meer, een eenzaam boompje mooi weerspiegeld in het water, dreigende wolken achter een spitse bergtop hoog erboven. Dit kan niet mislukken. Ik zwier mijn fiets tegen een gammel paaltje en klauter van steen naar steen naar beneden naar de oever en begin fotos te trekken.

Ondertussen stopt hoog boven mij een auto. Net ter hoogte van mijn fiets. Een portier gaat piepend open en wordt dichtgeslaan. Dan hoor ik niets meer. Ik wacht even en klim tenslotte weer naar boven om polshoogte te nemen. Een oude auto staat aan de kant van de baan, de motorkap, vanachter, staat open. Een oudere man buigt zich over de mechaniek en verschrikt als hij mij uit de berm naast hem ziet opduiken.

rps20130518_101048

Ik buig me samen met hem over de motor en doe alsof ik verbaasd ben over het feit dat die vanachter ligt. Ik steek met een vragende blik mijn duim de lucht in waarop de man enthousiast met twee duimen tegelijk antwoordt. Ik mag wat fotos nemen.

rps20130518_101028

Daarna ziet hij mijn fiets staan. Hij steekt met een vragende blik zijn duim de lucht in. Ik antwoord enthousiast met beide duimen. Met een korte knik met zijn hoofd maakt hij duidelijk dat hij samen met mij de fiets van dichterbij wil bekijken. We wandelen op het gemakje richting fiets. Hij voelt aan mijn banden, fietstassen en bekijkt mijn fietscomputer. “Hoeveel kilometer” vragen zijn ogen. “10000”, schrijf ik met een vinger in het zand. De man glimlacht en keert terug naar zijn rood autootje om verder aan de mechaniek te werken. Ik stap op mijn fiets en klim verder.

Minuten later scheurt het wagentje enthousiast toeterend voorbij.

rps20130518_101801

Die avond, terwijl ik op zoek ben naar een overnachtingsplaats, staat datzelfde autootje in een dorpje naast de weg geparkeerd. De trotse bezitter van daarstraks komt van achter een huis naar de straatkant gerend en doet teken dat ik mag blijven eten. Ik weiger beleefd, maar krijg wel een rustig kampeerplekje in de tuin.