Monthly Archives: July 2013

Communication breakdown

Ik heb geleerd alleen te zijn. Na enkele maanden alleen op de fiets, ergens te velde in mijn tent, of in winters klamme en lege hotelletjes moest dat wel. Anders had ik me al lang suf gepiekerd. Op enkele uitzonderingen na is dat niet gebeurd. En dat is goed nieuws, want het alleen zijn baarde me voor mijn trip grote zorgen. Toen heb ik me daar namelijk wel over suf gepiekerd. Gelukkig was de vrees om mijn droom nooit te kunnen najagen groter dan de vrees om alleen te zijn, dus vertrok ik toch, al was het met dan met een heel klein hartje.

Ik genoot in mijn eentje van kleine en eenvoudige dingen in het leven. Kleine details, non-events die in het leven thuis niet eens opgemerkt worden en al zeker het vermelden niet waard zijn, maar die nu wel een diepe indruk nalieten. Dat vrouwtje in het wegrestaurant dat met je op de foto wil en nog vlug met haar hand door je haar gaat om die weerbarstige borstel plat te krijgen, die thumbs-up van voorbijgangers, een mooi uitzicht na dat laatste bochtje op die heuveltop of dat streepje zon dat plots door de mist breekt. Dat soort dingen. Dat is genieten.

Zelfs basisbehoeften zoals goed eten en slapen konden het verschil maken tussen een vrolijke dag of een iets mindere dag. Een keer 100 gram kaas vinden, verstopt achter een lading cola, in een volle frigo van zo’n piepklein winkeltje midden op de Pamir bijvoorbeeld. Heerlijk frisse kaas, die je dan heel langzaam met zo dun mogelijke schijfjes proeft om het genot zo lang mogelijk proberen te rekken.

Ik heb geleerd alleen te zijn en te genieten.

Maar dit pantser van negeren van sociale interactie ligt nu aan diggelen. Aan flarden geschoten door almaar vollere guesthouses en leuke avonden, geïmproviseerde muziek en straffe verhalen. Stukgeschoten door die maand met Sophie ook, die me deed inzien dat het zogezegde niet nodig hebben van sociale contacten een illusie is en enkel tijdelijk vol te houden is. Nu wil ik opnieuw onder de mensen komen en me amuseren.

Met het vooruitzicht om alleen de eentonige en bloedhete Kazachse steppe te doorkruisen kreeg mijn motivatie dus een serieuze knauw. De goesting om na het doorlopen van alle visumadministratie weer op mijn fiets te kruipen was verdwenen. Mongolië leek plots heel ver. Dat waren mijn laatste weken. Heel veel plezier, maar zonder fiets.

Nu ben ik er weer. De motivatie komt terug, Mongolië ligt, in mijn hoofd dan toch, weer een stukje dichterbij. Dus, beste steppe, houd je vast aan de takken van de bomen die er vast niet zijn. Ik kom eraan!

Verder nog vermeldenswaard: tja, Almaty als basiskamp voor het wachten en enkele korte trekkings

image

image

image

image

image

image

Advertisements

Kirgizische zomer

Er werd ons verteld dat de zomers in Kirgizië broeiend warm zouden zijn. Dat het er groen is en dat je er meer dan twee auto’s per dag kon tegenkomen op asfalt van Europese kwaliteit. Ook fietstoeristen zou je er in bosjes kunnen spotten.

Lekker opwarmen in een warm zonnetje, dat zei ons wel wat na de sneeuwstormen en de koude wind op de Pamir. Nog eens in korte broek rondrijden, yes! Maar dat perfecte asfalt, die toeristen en die auto’s, daar hadden Sophie, mijn Duitse reisgezel, en ik het niet zo voor.

We besloten via secundaire wegen van Osh naar Bishkek te rijden. En om zeker genoeg rust te vinden gooiden we er nog ergens een afkorting via Irisu bovenop, een weg die op onze wegenkaart als geel ingetekend stond en dus berijdbaar moest zijn. Tegenmoetkomend verkeer waarschuwde ons dat deze weg richting Bishkek verderop gesloten was, maar koppig als we waren besloten we door te zetten.

image

Dat die volharding misplaatst was, dat beseften we pas enkele dagen later, nadat we ons deels te voet een weg gebaand hadden over wegen waar locals alleen nog met paard of ezel reden. Waar we onze fietsen nu eens dwars door hoog weidegras moesten duwen en dan weer door kuitdiepe modder moesten worstelen. Om uiteindelijk dwars door rotsige weilanden naar beneden te hobbelen om ver onder ons in de vallei weer op een hoofdweg uit te komen. Deze afdaling in pure downhill-stijl en de daaropvolgende klim-, schuif-, en modderpartij naar de hoofdweg was maar 10 kilometer, maar kostte ons wel een volledige dag en leerde ons dat hellingspercentages tot dertig procent op of over de limiet waren voor banden, remmen en onze spieren.

image

image

image

En dan vertellen ze in het eerstvolgende dorp doodleuk dat de verderopliggende pas inderdaad gesloten is en dat we het hele stuk terug moeten rijden. Heel dat gewroet voor niets.

Door al die vertraging werden de daaropvolgende dagen een race om tijdig in Bishkek te geraken. Daar wacht, hopelijk, mijn paspoort, dat een tijd geleden naar Brussel werd gestuurd om makkelijk aan mijn Russisch visum te geraken en krijgen we bezoek.

De pauzes werden korter en zeldzamer, eenmaal rijden we zelfs tot na middernacht in storm en onweer om een pas over te geraken. Slingerend tussen de keien en de stromen smeltwater door, in de hoop aan de andere kant van de bergrug mooier weer te vinden. Vergeefse moeite. We kamperen enkele honderden meters achter de top in een stormwind die Sophie haar tent plat tegen de grond drukt. We moeten improviseren en een extra stormlijn bevestigen om erger te vermijden.

De volgende dagen klaart het weer gelukkig op. Het wordt grandioos, met bijna eindeloze afdalingen en tientallen haarspeldbochten en… opnieuw een drieduizender waar het slechte weer ons opwacht. Het begint een gewoonte te worden. De eerste kilometers rijden we in een zacht zonnetje en meer dan 20 graden, maar dan maakt het kwik plots een vrije val tot rond het vriespunt. Er steekt een sneeuwstorm op. Natte sneeuw vliegt ons rond de oren en kruipt langs mouwen en kraag tot op ons blote vel. De top halen we die dag niet meer. We zetten vlug onze tenten op rond de 2800 meter en kruipen vroeg in onze slaapzak.

image

image

image

image

Die volgende morgen word ik wakker met ijskoude voeten. Het lijkt alsof ik alle gevoel in mijn tenen verloren heb. Bewegen gaat moeizaam. Ik schiet een beetje ongerust recht, stoot met mijn hoofd tegen het tentzeil dat blijkbaar 20 centimeter lager hangt dan ik gewoon ben en zie dat de achterzijde van mijn tent tegen de grond plakt.

Ik wurm mijn voeten onder het tentzeil uit en open de tentingang. Een lading sneeuw ploft voor mijn voeten neer en ik zie een prachtig sneeuwtapijt, twee ondergesneeuwde tentjes en fietsen waar alleen nog de sturen boven de sneeuw uit priemen.

image

image

image

Opbreken en vertrekken is waanzinnig koud. Die 20 graden temperatuurverschil zijn wat te veel van het goede. We moeten de fietsen een heel eind door de sneeuw duwen om weer op de weg te geraken, waar ondertussen een dikke laag modder ligt. Voorbijrijdende autos sturen iedere keer weer een golf smeltwater op ons af, waardoor we beslissen om naast elkaar in het midden van de weg te rijden. Zo moeten de auto’s wel vertragen en blijven we enigszins droog.

Het zal nog bijna de hele dag sneeuwen. Onze remmen appreciëren dit hondeweer en de bijbehorende modder ook maar matig. Van twee van de drie fietsen van ons pelotonnetje werken de achterremmen niet meer. De remblokjes zijn op enkele honderden kilometers tijd volledig weggesleten door vuil, zand en modder.

De verdere rit naar Bishkek wordt gelukkig warmer en warmer, het asfalt beter en beter. De laatste dagen rijden we in de morgen een uurtje, houden dan lange siësta’s en racen in de vooravond als het wat koeler wordt in enkele uren tijd de nodige kilometers bij elkaar. En zo werd Kirgizië onverwacht een pak avontuurlijker dan de Pamir.

Verder nog vermeldenswaard? Natuur, natuur, natuur… en de laatste dagen met Sophie die haar weg naar China verderzet.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image