Kirgizische zomer

Er werd ons verteld dat de zomers in Kirgizië broeiend warm zouden zijn. Dat het er groen is en dat je er meer dan twee auto’s per dag kon tegenkomen op asfalt van Europese kwaliteit. Ook fietstoeristen zou je er in bosjes kunnen spotten.

Lekker opwarmen in een warm zonnetje, dat zei ons wel wat na de sneeuwstormen en de koude wind op de Pamir. Nog eens in korte broek rondrijden, yes! Maar dat perfecte asfalt, die toeristen en die auto’s, daar hadden Sophie, mijn Duitse reisgezel, en ik het niet zo voor.

We besloten via secundaire wegen van Osh naar Bishkek te rijden. En om zeker genoeg rust te vinden gooiden we er nog ergens een afkorting via Irisu bovenop, een weg die op onze wegenkaart als geel ingetekend stond en dus berijdbaar moest zijn. Tegenmoetkomend verkeer waarschuwde ons dat deze weg richting Bishkek verderop gesloten was, maar koppig als we waren besloten we door te zetten.

image

Dat die volharding misplaatst was, dat beseften we pas enkele dagen later, nadat we ons deels te voet een weg gebaand hadden over wegen waar locals alleen nog met paard of ezel reden. Waar we onze fietsen nu eens dwars door hoog weidegras moesten duwen en dan weer door kuitdiepe modder moesten worstelen. Om uiteindelijk dwars door rotsige weilanden naar beneden te hobbelen om ver onder ons in de vallei weer op een hoofdweg uit te komen. Deze afdaling in pure downhill-stijl en de daaropvolgende klim-, schuif-, en modderpartij naar de hoofdweg was maar 10 kilometer, maar kostte ons wel een volledige dag en leerde ons dat hellingspercentages tot dertig procent op of over de limiet waren voor banden, remmen en onze spieren.

image

image

image

En dan vertellen ze in het eerstvolgende dorp doodleuk dat de verderopliggende pas inderdaad gesloten is en dat we het hele stuk terug moeten rijden. Heel dat gewroet voor niets.

Door al die vertraging werden de daaropvolgende dagen een race om tijdig in Bishkek te geraken. Daar wacht, hopelijk, mijn paspoort, dat een tijd geleden naar Brussel werd gestuurd om makkelijk aan mijn Russisch visum te geraken en krijgen we bezoek.

De pauzes werden korter en zeldzamer, eenmaal rijden we zelfs tot na middernacht in storm en onweer om een pas over te geraken. Slingerend tussen de keien en de stromen smeltwater door, in de hoop aan de andere kant van de bergrug mooier weer te vinden. Vergeefse moeite. We kamperen enkele honderden meters achter de top in een stormwind die Sophie haar tent plat tegen de grond drukt. We moeten improviseren en een extra stormlijn bevestigen om erger te vermijden.

De volgende dagen klaart het weer gelukkig op. Het wordt grandioos, met bijna eindeloze afdalingen en tientallen haarspeldbochten en… opnieuw een drieduizender waar het slechte weer ons opwacht. Het begint een gewoonte te worden. De eerste kilometers rijden we in een zacht zonnetje en meer dan 20 graden, maar dan maakt het kwik plots een vrije val tot rond het vriespunt. Er steekt een sneeuwstorm op. Natte sneeuw vliegt ons rond de oren en kruipt langs mouwen en kraag tot op ons blote vel. De top halen we die dag niet meer. We zetten vlug onze tenten op rond de 2800 meter en kruipen vroeg in onze slaapzak.

image

image

image

image

Die volgende morgen word ik wakker met ijskoude voeten. Het lijkt alsof ik alle gevoel in mijn tenen verloren heb. Bewegen gaat moeizaam. Ik schiet een beetje ongerust recht, stoot met mijn hoofd tegen het tentzeil dat blijkbaar 20 centimeter lager hangt dan ik gewoon ben en zie dat de achterzijde van mijn tent tegen de grond plakt.

Ik wurm mijn voeten onder het tentzeil uit en open de tentingang. Een lading sneeuw ploft voor mijn voeten neer en ik zie een prachtig sneeuwtapijt, twee ondergesneeuwde tentjes en fietsen waar alleen nog de sturen boven de sneeuw uit priemen.

image

image

image

Opbreken en vertrekken is waanzinnig koud. Die 20 graden temperatuurverschil zijn wat te veel van het goede. We moeten de fietsen een heel eind door de sneeuw duwen om weer op de weg te geraken, waar ondertussen een dikke laag modder ligt. Voorbijrijdende autos sturen iedere keer weer een golf smeltwater op ons af, waardoor we beslissen om naast elkaar in het midden van de weg te rijden. Zo moeten de auto’s wel vertragen en blijven we enigszins droog.

Het zal nog bijna de hele dag sneeuwen. Onze remmen appreciëren dit hondeweer en de bijbehorende modder ook maar matig. Van twee van de drie fietsen van ons pelotonnetje werken de achterremmen niet meer. De remblokjes zijn op enkele honderden kilometers tijd volledig weggesleten door vuil, zand en modder.

De verdere rit naar Bishkek wordt gelukkig warmer en warmer, het asfalt beter en beter. De laatste dagen rijden we in de morgen een uurtje, houden dan lange siësta’s en racen in de vooravond als het wat koeler wordt in enkele uren tijd de nodige kilometers bij elkaar. En zo werd Kirgizië onverwacht een pak avontuurlijker dan de Pamir.

Verder nog vermeldenswaard? Natuur, natuur, natuur… en de laatste dagen met Sophie die haar weg naar China verderzet.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s