Monthly Archives: September 2013

Final countdown

Mijn gasflesje is leeg. Mijn laatste warme maaltijd, in een roadside-yurt, kwam er alweer uit voordat het verteerd was. Het plotse vochtverlies verzwakt me zo abrupt dat ik nauwelijks een kilometer verder stop om te overnachten terwijl er nog minstens 3 uur daglicht is. Zonder eten en met lichte koorts kruip ik mijn slaapzak in en slaap ik in een ruk door tot 5 uur ‘s morgens.

Bij het wakker worden voel ik het: vandaag is de grote dag. Nog 170 kilometer te gaan en ik sta in Ulan Bator. Dat moet lukken. Eten! Drinken! Winkels!

De voorbije dagen waren eigenlijk niet zo tof. Na de stilte in west-Mongolië werd het de laatste 600 kilometer drukker en rijd je weer op asfalt. Ik vind er plots maar weinig meer aan, de uitdaging is weg en ook het landschap is minder interessant. Ik weet dat ik er wel geraken zal maar mis de adrenaline om zonder werkende achterrem hellingen, bezaaid met gravel, naar beneden te razen. De bijna-crashes door afwateringskanaaltjes die mooi evenwijdig met de weg lopen, maar dan plots de weg dwarsen. De klappen waarmee je velg harde rotspunten raakt, het plotse geslinger wanneer je tegen 60 kilometer per uur onverwacht in los zand raast en je enkele keren het decor in vliegt. Ja, ik ben verwend en nu verveel ik me.

Straks is het gedaan. Definitief. Geen uitnodigingen meer om te komen ontbijten in yurts, schaak te spelen met oude Mongolen, of samen met herders je tent opzetten. Meer nog dan mijn fiets is mijn tent hier de publiekstrekker en helpen ze met plezier het grondzeil uit te leggen, stormlijnen aan te spannen of gewoon nieuwsgierig naar binnen te kijken en te vragen of dat niet te koud gaat zijn deze nacht.

Ik passeer checkpoints, tolhuisjes met slagbomen waar ik er een spelletje van maak om ongezien te passeren. Zo amuseer ik me toch nog. Eenmaal word ik tegengehouden door een politieagent, maar ik profiteer van een moment onoplettendheid om me aan een vertrekkende vrachtwagen vast te houden en laat de “stop!”-brullende agent met een glimlach in een wolk van stof en roet achter…

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image
image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

Advertisements

Bord, wasbord

Veel heb ik niet meer nodig. Ik voel dat ik ieder moment kan beginnen flippen. Het voortdurend gedender op wasbord maakt me zot. De pijn aan enkele open wondes aan mijn zitbeentjes is niet te harden. Iedere schok dreunt door tot ergens in mijn achterhoofd. Vertragen gaat niet, want de frequentie van het wasbord waar ik over rijd werpt me dan gewoon uit mijn zadel en doet mijn fiets van links naar rechts bokken. Ideaal is rond de 20, 25 kilometer per uur rijden, dan vlieg je als het ware over de topjes van hobbels heen. Maar geen sprake dat ik die snelheid vandaag haal. Doodop, ik heb eten nodig!

image

image

Ik bevind me op het langste stuk weg zonder dorpjes of steden. In het laatste dorpje op de kaart was er geen winkel en dat betekent een dikke streep door mijn rekening. 10 Liter water voor 240 kilometer niets, dwars door de uitlopers van de Gobi, dat wordt heel krap.

Gelukkig staat het geluk aan mijn zijde. Eerst stopt er een vriendelijke Mongool uit Ulan Bataar die me een halfvolle 5 liter fles schenkt. Net daarna stopt een team van de Mongol Rally voor een praatje dat uiteindelijk meer dan een uur zal duren en me een sinaasappel en een appel oplevert in ruil voor wat zoetigheid.

Verder gaat het, met nieuwe moed. Door gortdroog woestijngebied. Enkele honderden kilometers lang niets. Pure stilte, slechts enkele auto’s of vrachtwagens per dag, sublieme kampeerplaatsen en opperste geluk wanneer een Australisch motorfietskoppel naast me stopt en we later in de avond samen kamperen.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

Het grappige is dat ik de avonturen van dit koppel al ken. Hun ongeval op de Pamir, waar ze door een passerende vrachtwagen in een ravijn werden geknikkerd, werd maanden geleden al met de Pamir-tamtam doorgeseind. Het ongeval overleefden ze met de schrik. De motorfiets werd door vriendelijke Tadjieken met een menselijke ketting stap voor stap naar boven gesleurd. Weken later was hun motorfiets hersteld en konden ze weer op pad.

Verrassend was ook dat ze Noah kenden van een motortrip in Marokko. Ik kende Noah dan weer van een vroege ontmoeting in Griekenland en ontmoette hem opnieuw op de Pamir en in Osh. De wereld is klein hier in Centraal-Azië en Mongolië. Iedereen kent iedereen, en straffe verhalen verspreiden zich als een lopend vuurtje!

Dagboek, dag 4 Mongolië

Wakker worden is lastig. Ik ben nog moe van gisteren, die 95 kilometer gedender en gehots. Ik zit op 2400 meter hoogte, bijna boven op de pas. Er staat een vlijmscherpe oostenwind, ik heb het nog ijskoud terwijl het later op de dag op windluwe plaatsen toch meer dan twintig graden zal worden. ‘s Nachts vriest het al behoorlijk. Ijskristallen bedekken binnen- en buitentent, die met de eerste zonnestralen smelten, zodat ik wakker werd door ijskoude druppeltjes smeltwater die tikkend op het grondzeil slaan.

Sandwiches, de pot choco die ik ongeopend naast de weg vond, dat is mijn ontbijt. Alweer een dag dat ik mijn gasvuurtje niet moet gebruiken. Ontbijt met zicht op besneeuwde toppen, een meertje aan mijn voeten waar ik me kan wassen en mijn kleren wat kan uitspoelen. Geen slecht begin van de dag!

image

image

image

Tegen negen uur zit ik op mijn fiets. De weg is slechter dan ooit en kringelt tussen, door en naast beekjes en rivieren door een rivierdal van enkele kilometers meters breed. Het wegoppervlak wisselt van kiezel, vuistdikke keien naar los zand dat opstuift wanneer je erdoor rijdt of los zand waar je je eenvoudigweg in vastrijdt. Het voortdurende geduw en gesleur, door het ijskoude water waden, rondrijden in natte kleren zijn energieverslindend. Na 30 kilometer is de fut eruit. Verdorie, wat nu? Veel sandwiches heb ik niet meer.

image

image

image

image

image

image

Etenspauze dan maar. Ik plof naast de weg in het fijne zand, haal mijn gasvuurtje toch maar boven en probeer het ietwat uit de wind achter een grote steen aan de gang te krijgen. Twee chinasoepjes moeten het verschil maken. Het duurt een half uur eer het water aan de kook geraakt, de wind is eenvoudigweg te sterk, de hoogte helpt ook niet. Wat mis ik mijn defecte allesbrander.

Een uur later vertrek ik opnieuw. Binnen het half uur komt er een dorpje. Drie huizen, allen eetgelegenheden. Eens zien wat de pot schaft. Eten kan je nooit genoeg. Ik stap een lege zaak binnen en vraag in het Russisch aan een telefonerende vrouw of er iets te eten valt. De vrouw knikt ja. Ik zet me aan een van de banken die tussen enkele bedden staat. Blijkbaar kan je hier ook overnachten. Een half uur later zit ik er nog steeds. Ik vergaap me aan de roofvogels die buiten rond een afvalhoop een spelletje spelen met de wind en elkaars eten afhandig proberen te maken terwijl ze indrukwekkende capriolen uitvoeren.

Eten komt er ook het volgende uur niet. Ik ga op zoek naar de vrouw, vraag opnieuw naar eten. “Njet” klinkt het eenvoudigweg. Ze knikt met haar hoofd naar de volgende zaak. Wanneer ik daar binnenstap komt een van de dochters van diezelfde vrouw achter de toog tevoorschijn en vraagt wat ik wil eten…

image

image

image

image

Ze kwamen uit het niets

En daar gaan we. De eerste meters Mongolië. Het is guur en winderig weer, de wegen, of beter karresporen, liggen bezaaid met grind en keien en regelmatig remmen stukken wasbord de snelheid af. Gelukkig zorgt de adrenaline ervoor dat ik de eerste uren kan voortrazen en de verloren tijd aan de grens ietwat kan goedmaken.

Links en rechts komen er steeds weer sporen aansluiten, die enkele honderden meters later plots weer verdwijnen. Heel de vallei ligt zo bezaaid met deze onverharde wegen. Dus kies je af en toe voor het linkerspoor, omdat het oppervlak er daar beter bij ligt, om enkele minuten later dwars door de dorre struikjes weer naar het rechter te wisselen.

Navigeren is nog makkelijk, voorlopig wijst de vallei de weg. Ook de electriciteitsleidingen geven de juiste richting aan, want die zullen me wel naar de volgende stad brengen! De eerste meertjes komen eraan, in de verte duiken ook de eerste yurts op: witte vlekjes aan de rand van de vallei. Meestal zie je in de buurt wel een kudde schapen, een herder te paard of per motorfiets. Ze roepen allemaal op je. Ze willen allemaal dat je stopt voor een praatje.

image

image

image

Vanuit het niets komen plots vrachtwagens met opgeladen yurts naast je rijden, motorfietsen of dikke 4×4’s. De passagiers staren je meestal eerst lang wat verdwaasd aan om vervolgens breed te glimlachen en je in een wolk van stof achter te laten. Ook in de avond of ‘s morgens, wanneer je denkt een verborgen plekje gevonden te hebben, duikt er steeds weer een Mongool op, zo zal ik de volgende dagen merken. Meestal zet die zich gewoon naast je op de stoffige grond en kijkt dan toe hoe je zit te eten. En wanneer je ze uit beleefdheid iets te eten aanbiedt, bieden ze je prompt een hompje droge kaas aan, dat ergens diep verborgen onder een paar lagen kledij te voorschijn getoverd wordt.

Tegen de avond wordt de vallei wat breder. Het is een machtig gevoel om te kunnen rijden waar je wil. Eigenlijk is de hele vallei een grote speeltuin. Geen hekken, verbodsborden of vreemde blikken omdat je niet op het hoofdspoor blijft. Dit wordt de max! De eerste avond slaap ik midden in het zicht van voorbijgangers aan de rand van de vallei. Geen heuveltje of struik om me achter te verstappen.

Morgen komt de eerste volledige dag Mongolië eraan, maar eerst mag ik afgebroken schroeven van mijn bagagedrager lospeuteren en vervangen. Dat belooft na amper 3 uur Mongools gedender…

image

image

image

image

image

Last border

26 augustus 2013. Mijn hart maakt een sprongetje. De klap waarmee mijn Mongools visum wordt afgestempeld zindert nog na. Een adrenalinekick van jewelste na een dag wachten en aanschuiven.

Vlug terug naar buiten, door de regen, een spurtje naar het minibusje. Minibusje? Ja, de Russen vertelden me dat dit geen granitsa-grens voor velociped-fiets was, en dat ik deze grensovergang dus niet kon gebruiken. Maar als ik mijn fiets op het dak van een minibusje kon zwieren dan mocht ik wel passeren. Zo gezegd zo gedaan.

Tot bleek dat de papieren van het minibusje niet in orde waren. Minibusje terug naar Rusland. Daar stond ik dan in niemandsland. Uitgecheckt en wel, maar verder fietsen mocht ik niet. Wachten op het volgende minibusje dan maar! En zo geraakte ik over de Mongoolse grens.

Een kilometer na die grens stopt het minibosje in een van de guurste grensdorpjes die ik op deze reis al tegenkwam en wordt mijn fiets met veel moeite weer van het dak gehaald. Her en der verspreid staan wat gebouwtjes en yurten. Tussenin hangen wat Mongolen op oude Russische of nieuwe Chinese motoren rond. Ze dragen lange zware jassen, gekke hoedjes en bekijken je alsof je van Mars komt. Lachen kunnen ze hier precies niet…

Misschien komt dat door de discussie die ik ondertussen met mijn Mongoolse chauffeur heb, die plots geld wil voor zijn vriendendienst. Betalen? “No way”. Mijn laatste 150 Roebel, ongeveer 1 Dollar, wil ik aan eten spenderen. En de Dollars die ik nog heb, diep onderin mijn fietstas, die haal ik nu niet boven. Vriendendienst is vriendendienst!

En dus staan we daar een half uur aan een stuk tegenover elkaar en proberen we elkaar te overtuigen van onze koppigheid. Wegfietsen lukt niet, want ik sta volledig ingesloten in een kring Mongolen die stuk voor stuk groter zijn dan ik. Enkelen ervan houden mijn stuur vast, om zeker te zijn dat ik geen ultieme uitbraakpoging waag.

Uiteindelijk geeft hij toe. “Ok, no money”, maar dan zegt hij “camera!” terwijl hij mijn stuurtas vastneemt. Ik kijk hem wellicht onthutst aan, maar antwoordt dan: “car! You get my camera, but that’s too much, your car is the change! That’s ok for me!”

Bon, even later geven ze het op. De kring rond me lost op. Ik ben vrij! Ik word ergens een restaurantje binnengeleid, krijg er te eten en mag er mijn flessen water vullen. Dat is al beter. Vlug die fiets op, richting oosten, over een modderbaantje.

Toch zit mijn hoofd vol twijfels. Ik maak me wat ongerust over het navigeren zo zonder GPS, over het vinden van water zonder waterfilter en over het eten. Mijn kookstel is immers nog steeds stuk en dat gasbrandertje dat ik in Rusland heb kunnen kopen is misschien nog genoeg voor een achttal warme  maaltijden. Iedereen verklaarde me zot, maar volgens mij is het met een beetje geluk haalbaar.

Ik heb 1850 kilometer voor de boeg, waarvan een 1400 kilometer offroad. Als ik 90 kilometer per dag haal, dan kan ik ongeveer eenmaal om de drie dagen warm eten maken met mijn gasvuurtje. En hopelijk vind ik in de stadjes tussendoor af en toe een restaurantje. En wat water betreft wil ik steeds met minstens 15 liter water onderweg zijn. Bijtanken kan wel in de dorpjes, vermoed ik, die meestal op een of twee dagen afstand liggen.

Een berekend risico dus! Laat het avontuur maar komen!

image

Yes we khan

Onwerelds en onnatuurlijk voelt het. Na bijna tweeduizend kilometer ongerepte natuur in een miljoenenstad aankomen. Stank, drukte, toeterende auto’s, kilometers lang in langerekte industriezones waar de ene na de andere chinese vrachtwagenconstructeur zijn waren probeert aan te prijzen tussen nieuwe supermarkten waar de verf op de muren nog niet opgedroogd is.

Reisplezier zal ik in deze stad niet meer vinden, zo weet ik uit ervaring, maar eten blijkt hier geen probleem. Op zich is dat na drie weken dieet een vreugdekreet waard.

De laatste kilometers verkramp ik volledig van de stress. Zonder achterrem de stad inrijden in dit verkeer? No way dat ik hier een ongeval heb. Ik wil tot de laatste meter het centrale plein oprijden!

Dan kom je aan. Het hoofd volledig leeg. Als het ware gevoelloos. Doodop na 170 kilometer met veel te veel wind. Verkleumd en hongerig zet ik me op een van de bankjes op het plein. Jonge Mongolen met bmx-jes komen schuchter dichterbij om foto’s nemen en denken dat ik het niet merk. Ik laat ze maar doen en probeer even te genieten van de aankomst.

Net zoals ik al dacht gebeurde het echte aankomen eigenlijk bij het overschrijden van de Russisch-Mongoolse grens. Daar gebeurde de magie. Het kippenvelmoment. De bekroning van 10 maanden fietsen. Onderweg in het land zonder wegen en weinig bevoorrading, waar de nomadencultuur nog leeft en de mensen heerlijk rechttoe rechtaan zijn. Het gestomp en geduw moet je er bij nemen.

De rest van de avond spendeer ik met het zoeken van een hostel. Een douche, een bed, een veilige plaats om te slapen. Het voelt onnatuurlijk, een absolute anti-climax, maar hell what a trip it was!

image

Illuminator

Tram 7, Lenin Prospekt, Barnaul, West-Siberië, Rusland, waar een ritje met de tram dertien Roebel kost. Te betalen aan de vrouw die door de tram gewaggeld komt en je een ticketje in de hand drukt met een zescijferig nummer erop. “Lucky number!”, zegt Tatiana, mijn Russische reisgezel voor anderhalve dag.  De som van de eerste drie en laatste drie cijfers is gelijk aan elkaar. “You got to eat it now!”

Een schat van interessante weetjes, die Tatiana, die in het echte leven in Moskou woont en documentarist is. Wisten jullie bijvoorbeeld dat ze in Rusland ook “chansons” hadden? Een muziekstijl die zijn oorsprong heeft in de Siberische werkkampen van weleer?
Of dat een Illuminator het venstertje is in een bemand ruimtetuig? En dat er zelfs een lied over bestaat. Over kosmonauten die het beu zijn het geluid van de raketten te horen, of het blauwe schijnsel van de ruimte te zien. Dat ze die sterrenhemel maar niets vinden en dromen van groen gras rond hun huizen, ergens ver weg. Een lied over kosmonauten in een land waar ieder dorp wel een Gagarin-straat heeft. Klinkt logisch!

En over dromen gesproken, Tatiana bouwt met een vriend aan een vliegtuig. Zelf getekend, ontworpen en gebouwd in keuken en woonkamer ergens op het zoveelste verdiep van, hoe kan het anders, zo’ n woontoren. Ellenlange testen met lijm en hout, buizenconstructies, epoxy, stof en een motor van een sneeuwscooter hebben geleid tot een vliegtuigje dat eerstdaags getest zal worden. Een vlieglicentie hebben ze niet, dus zullen ze ergens vanop een verlaten graanveld testvluchten uitvoeren.

Tatiana, may the force be with you, zoals je op mijn fietstas schreef. Bij deze overdraag ik mijn lucky number. Krijg dat ding in de lucht want deze onwaarschijnlijke droom verdient het te leven!

Verder nog vemeldenswaard? Een vergeten Lenin buste, kleine dorpjes met oude houten huisjes en verlaten gebouwen, steden zonder ruimtelijke ordening en Siberische ongerepte natuur.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image