Dagboek, dag 4 Mongolië

Wakker worden is lastig. Ik ben nog moe van gisteren, die 95 kilometer gedender en gehots. Ik zit op 2400 meter hoogte, bijna boven op de pas. Er staat een vlijmscherpe oostenwind, ik heb het nog ijskoud terwijl het later op de dag op windluwe plaatsen toch meer dan twintig graden zal worden. ‘s Nachts vriest het al behoorlijk. Ijskristallen bedekken binnen- en buitentent, die met de eerste zonnestralen smelten, zodat ik wakker werd door ijskoude druppeltjes smeltwater die tikkend op het grondzeil slaan.

Sandwiches, de pot choco die ik ongeopend naast de weg vond, dat is mijn ontbijt. Alweer een dag dat ik mijn gasvuurtje niet moet gebruiken. Ontbijt met zicht op besneeuwde toppen, een meertje aan mijn voeten waar ik me kan wassen en mijn kleren wat kan uitspoelen. Geen slecht begin van de dag!

image

image

image

Tegen negen uur zit ik op mijn fiets. De weg is slechter dan ooit en kringelt tussen, door en naast beekjes en rivieren door een rivierdal van enkele kilometers meters breed. Het wegoppervlak wisselt van kiezel, vuistdikke keien naar los zand dat opstuift wanneer je erdoor rijdt of los zand waar je je eenvoudigweg in vastrijdt. Het voortdurende geduw en gesleur, door het ijskoude water waden, rondrijden in natte kleren zijn energieverslindend. Na 30 kilometer is de fut eruit. Verdorie, wat nu? Veel sandwiches heb ik niet meer.

image

image

image

image

image

image

Etenspauze dan maar. Ik plof naast de weg in het fijne zand, haal mijn gasvuurtje toch maar boven en probeer het ietwat uit de wind achter een grote steen aan de gang te krijgen. Twee chinasoepjes moeten het verschil maken. Het duurt een half uur eer het water aan de kook geraakt, de wind is eenvoudigweg te sterk, de hoogte helpt ook niet. Wat mis ik mijn defecte allesbrander.

Een uur later vertrek ik opnieuw. Binnen het half uur komt er een dorpje. Drie huizen, allen eetgelegenheden. Eens zien wat de pot schaft. Eten kan je nooit genoeg. Ik stap een lege zaak binnen en vraag in het Russisch aan een telefonerende vrouw of er iets te eten valt. De vrouw knikt ja. Ik zet me aan een van de banken die tussen enkele bedden staat. Blijkbaar kan je hier ook overnachten. Een half uur later zit ik er nog steeds. Ik vergaap me aan de roofvogels die buiten rond een afvalhoop een spelletje spelen met de wind en elkaars eten afhandig proberen te maken terwijl ze indrukwekkende capriolen uitvoeren.

Eten komt er ook het volgende uur niet. Ik ga op zoek naar de vrouw, vraag opnieuw naar eten. “Njet” klinkt het eenvoudigweg. Ze knikt met haar hoofd naar de volgende zaak. Wanneer ik daar binnenstap komt een van de dochters van diezelfde vrouw achter de toog tevoorschijn en vraagt wat ik wil eten…

image

image

image

image

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s