Illuminator

Tram 7, Lenin Prospekt, Barnaul, West-Siberië, Rusland, waar een ritje met de tram dertien Roebel kost. Te betalen aan de vrouw die door de tram gewaggeld komt en je een ticketje in de hand drukt met een zescijferig nummer erop. “Lucky number!”, zegt Tatiana, mijn Russische reisgezel voor anderhalve dag.  De som van de eerste drie en laatste drie cijfers is gelijk aan elkaar. “You got to eat it now!”

Een schat van interessante weetjes, die Tatiana, die in het echte leven in Moskou woont en documentarist is. Wisten jullie bijvoorbeeld dat ze in Rusland ook “chansons” hadden? Een muziekstijl die zijn oorsprong heeft in de Siberische werkkampen van weleer?
Of dat een Illuminator het venstertje is in een bemand ruimtetuig? En dat er zelfs een lied over bestaat. Over kosmonauten die het beu zijn het geluid van de raketten te horen, of het blauwe schijnsel van de ruimte te zien. Dat ze die sterrenhemel maar niets vinden en dromen van groen gras rond hun huizen, ergens ver weg. Een lied over kosmonauten in een land waar ieder dorp wel een Gagarin-straat heeft. Klinkt logisch!

En over dromen gesproken, Tatiana bouwt met een vriend aan een vliegtuig. Zelf getekend, ontworpen en gebouwd in keuken en woonkamer ergens op het zoveelste verdiep van, hoe kan het anders, zo’ n woontoren. Ellenlange testen met lijm en hout, buizenconstructies, epoxy, stof en een motor van een sneeuwscooter hebben geleid tot een vliegtuigje dat eerstdaags getest zal worden. Een vlieglicentie hebben ze niet, dus zullen ze ergens vanop een verlaten graanveld testvluchten uitvoeren.

Tatiana, may the force be with you, zoals je op mijn fietstas schreef. Bij deze overdraag ik mijn lucky number. Krijg dat ding in de lucht want deze onwaarschijnlijke droom verdient het te leven!

Verder nog vemeldenswaard? Een vergeten Lenin buste, kleine dorpjes met oude houten huisjes en verlaten gebouwen, steden zonder ruimtelijke ordening en Siberische ongerepte natuur.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

Advertisements

Tussendoortje

Daar gaat mijn plannetje om vanuit Kazachstan zonder hotelovernachting en free wifi Rusland door te rijden en de grens met Mongolië over te steken. Op papier zag het er goed uit. Geen hotelletjes en guesthouses meer met gratis wifi. Een 3G-simkaart zou het werk overnemen. Blogposten vanuit mijn tentje in de steppe, ik zag het al volledig zitten.

Maar helaas, die 3G bleek in praktijk te traag of volledig buiten bereik te zijn. En zo werden de blogposts niet gesynchroniseerd en kwamen er plots kladversies online. Spellingsfouten en berichten zonder foto’s op mijn blog: ai, dat deed zeer.

Omdat ook mijn batterijpack de geest gaf en mijn zonnepaneel werkloos in mijn fietstassen bleef bij gebrek aan zon besloot ik om het bloggen een tijdje te stoppen. Tot ik zeker was van een goede verbinding, en die heb ik nu, eindelijk!

De twee laatste posts worden nu opnieuw gepubliceerd:
Mijn thuis is waar mijn Hilleberg staat en De beer van Semey. Met foto’s, zonder spellingsfouten!

Mijn thuis is waar mijn Hilleberg staat

Je doet je schoenen uit, kruipt in je tent, sluit de binnentent achter je en je gaat aan de slag. Mes en hoofdlamp rechts in het zakje aan de binnentent. Portefeuille, paspoort, fietscomputer, mp3-speler links.

Je neemt je tablet, je connectorkit – die reeks adapters om je geheugenkaartjes van je fototoestel te lezen – en je houdt je batterij, die je hopelijk tijdens het fietsen hebt opgeladen, in de aanslag. Het spannendste moment van de dag komt eraan, het resultaat van een hele dag fietsen en fotograferen. Maar “werkt” het op foto?

Je schrijft je dagboek, maakt back-ups van je teksten, kijkt eens op die wegenkaart hoe de vooruitgang was die dag. Dan ruim je in het donker je bureau voor die dag weer op. In het donker, niet alleen om die batterij van je hoofdlamp te sparen maar vooral om niet gezien te worden. Een hoofdlamp aandoen in je tent geeft een prachtig schouwspel van buitenuit gezien!

Heerlijk om te weten dat je eens in je tent droog zit. Hoe hard het ook regent. Of bij koude lekker beschut tegen de wind onder de dons kunt kruipen, hopelijk met volle maag.

Daarom voel ik me thuis. Overal. Zolang ik in de avond mijn tentje maar heb.

image

De beer van Semey

Semey. Dat stadje in noordoost Kazachstan. Aan het einde van de steppe, een honderd kilometer voor de grens met Rusland. Dat stadje dat ook Atomgrad had kunnen heten, vanwege de honderden kernproeven die hier in de buurt nog niet zo lang geleden uitgevoerd werden.

Een stoffig industriestadje is het nu, waar hoogspanningslijnen recht door het hart van enkele woonwijken snijden en waar de enige vorm van frivoliteit van de make-up van vrouwen komt en van de bont beschilderde afrasteringen, speeltuintjes en balustrades tussen woonkazernes.

image

image

Waar je rustig op een bankje kan uitrusten, maar waar je zeker het onderwerp van discussie bent op hoger gelegen balkonnetjes en begluurd wordt door achterraampjes. Waar kinderen, jonge koppeltjes of ouderen je ietwat schuchter komen vragen waar je vandaan komt.

Foto’s om dit alles te illustreren heb ik nauwelijks. Ik racete de stad door. Een vijftal kerels in een oude Lada volgend die me naar de beste automonteur van de stad zouden brengen. Die zou me kunnen helpen om een afgebroken schroef uit mijn fietskader te halen, waardoor ik mijn bagagerek, dat nu wat scheef hing, weer kon vastmaken.

Fijnzinnig was deze beer van een vent niet. Eerst een ijzerboor met een veel te grote diameter, tot de rook eruit kwam. Dan een hamer en beitel. Een keer mis slaan en ik zou 10 spaken kwijt zijn…

Gelukkig liep alles goed af. Mijn bagagerek hangt nu weer stevig op zijn plaats. Op de kosten van het huis, ik kreeg zelfs nog een hoop eten cadeau! Want dat ik zo mager was, daar wisten ze toch niet goed van wat denken…

image

Verder nog vermeldenswaard: het einde van de steppe, leuke kampeerplaatsjes en een vriend voor een avond. De flits van mijn fototoestel stond een langer samenzijn in de weg.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

Het grote niets

Wat kan je nog vertellen wanneer er niets is? Enkel asfalt en gras dat af en toe onderbroken door een klein dorpje. Wanneer het enige hoogtepunt van de dag letterlijk en figuurlijk de brug over de spoorweg is.

Het is best wel saai. Gelukkig krijg ik nog steeds iedere dag iets cadeau. Een kilo appeltjes en een gratis douche stonden er vandaag op het menu. Straatwaarde van die douche? 1 Euro. In ruil daarvoor een vat water dat op zonne-energie opgewarmd wordt boven je hoofd. Heerlijk!

image

Verder hadden we vandaag nog een heuse steppebrand, veroorzaakt door een plots opzettend onweer. Gelukkig stond de wind goed en verwijderde de brand zich.

Toch ook niet onbelangrijk om te vermelden is dat er ook prachtige, niet eentonige streken zijn in Kazachstan. Zoals de Charyn-canyon en de Kolsoi lakes. En naar het schijnt komt er dicht tegen de grens met Rusland een prachtig stuk natuur aan! Ik houd jullie op de hoogte.

image

image

image

image

image

image

Moeder Lambiek

Ze leunt met haar rechterelleboog zwaar op mijn stuurtas. Dat is duidelijk haar favoriete houding want ze staat meteen volledig stabiel. Raaskallen doet ze wel nog, terwijl ze vrolijk met het halve liter blik bier in het rond zwaait.

Ik grijp met twee handen mijn stuurtas, die nu wel heel diep doorbuigt, en til het ding weer in de richting waar het thuishoort, een 10 centimeter hoger. Deze onverwachte beweging is duidelijk te veel voor het evenwichtsgevoel van ons zat moedertje, dat wankelend een nieuwe houding zoekt, even op de motorkap van haar auto leunt, beseft dat deze toog wel heel laag is en er behoorlijk belachelijk uitziet en uiteindelijk tot stilstand komt voor haar auto. Twee benen stevig uit elkaar, armen gekruist. Maar nog steeds zo dichtbij dat ik de alcohol kan rieken. Dit is duidelijk niet het eerste blik van de dag!

Nu ze weer stevig staat begint ze verder te raaskallen en vragen te stellen. Ik heb al moeite genoeg met nuchter uitgesproken Russisch of Kazachs, dus ik doe geen enkele moeite om goed te luisteren en gok: “België!” Het goede antwoord, merk ik aan haar geknik. Ik vermoed dat de rest van de ‘drievuldigheid’ ook nog wel zal komen. “9 maand”, antwoord ik zonder verpinken op de volgende vraag, alsof ik er iets van verstond. Weer instemmend geknik.

Dan wrijft ze met haar handen over haar gezicht en vormt uiteindelijk onder haar kin een baard, schudt een keer met haar hoofd naar boven. De vraagtekens schieten uit haar ogen. Voor ik vertellen kan dat die baard mij in de winter lekker warm hield, vuurt ze de volgende vraag alweer af. “Avtomat”? “Papapapapa!!!!” Terwijl ze een denkbeeldig machinegeweer afvuurt, waarbij haar hele lijf, en dat is een hehoorlijke brok vlees, op en weer schudt. “Terrorist?” gooit ze er nog een schepje bovenop. En ze priemt ter ondersteuning met haar wijsvinger in mijn richting.

Misschien moet ik die baard toch maar eens afdoen.

Nog vermeldenswaard? Buiten de steppe enkel nog imposante industriële archeologie en een leuke zonsondergang.

image

image

image

Steppegras

Highway to Hell, brult ACDC in mijn oren. En het klinkt hard genoeg om het uitgaande verkeer van Almaty te overstemmen. Hell waren de eerste kilometers alvast niet. Glad asfalt, licht windje in de rug, iets boven de 40 graden. Zelfs het drukke verkeer deerde me niet want dat hoorde ik namelijk niet. Die mp3-speler had ik eerder moeten kopen…

De motivatie zat redelijk goed, de benen konden beter. Dat komt ervan als je meer dan een maand niet kan fietsen. Toch voelde ik me super, met waanzinnig veel eten, drank en genoeg muziek voor de volgende dagen.

Die nacht lag ik wat op mijn rug naar de sterren te staren en verbaasde me voor de zoveelste keer over de schaduwen die de maan te voorschijn wist te toveren. Veel sliep ik dus niet. Eerst sterretjes zien en dan kwam plots de wind opzetten die mijn lakenzak, die los over mij heen lag, van mijn lijf blies. Dan toch maar in mijn veel te warme winterslaapzak kruipen, die tent bleef voor de zoveelste nacht ingepakt in mijn fietstas.

De morgen was dus pijnlijk. Niet genoeg slaap en benen die niet echt meewillen. En dan klimt het kwik gezwind naar de 55 graden. Moordend. Het leek alsof de tegenwind recht uit een haardroger kwam. Minstens 10 liter vocht dronk ik die dag, dat meteen via alle poriën in mijn lichaam naar buiten droop. Mijn lippen en tong plakten aan elkaar en als ik mensen moest uitleggen waar ik vandaan kwam klonk het antwoord wel heel schor.

Gelukkig zijn Kazachen schatten van mensen. Een liter gratis thee en koekjes, een liter van het goedje dat ze in Turkije ayran noemen. een meloen en een stuk kaas, een balpen en een casette Spaanse gitaarmuziek, een gek hoedje om me te beschermen tegen de zon. Best wel vrijgevig! En dat brak de eentonigheid wat.

Nu is het weer avond, de tweede dag na het vertrek. Mijn benzinebrander heeft na een eerste succesvolle branding na de herstelling met een reparatiekit van thuis volledig de geest gegeven. Geen thee, geen warm eten. Maïs uit blik. 340 gram. Een stuk brood. Miljaarde ik heb honger.

En toch zal ik je krijgen, vervloekte steppe!

image

image

image

image

image

image

image